Dingen die nooit gebeuren

“Wonderen bestaan niet.” Moeten wonderen dingen zijn die nooit gebeuren, die onmogelijk kunnen gebeuren? Is het jaarlijkse ontwaken van de bodem in de lente geen wonder? De eerste krokussen? De eerste bijen? De eerste zonnestralen na een koude donkere nacht? De eerste zwaluw na een lange mistroostige winter? De boerenzwaluw die komt nestelen boven de grote ronde stamtafel van café Het Verdronken Land in Emma, hier net over de grens? Van zodra de lente zich aankondigt blijft daar één venster dag en nacht open staan. Onverstoorbaar en onvermoeibaar vliegt het kleine wonder door de sluis insecten aan naar een nest hongerige jongen. Vol vertrouwen, nog geen meter boven het hoofd van de cafégasten. Is het ook geen wonder dat, wanneer ik aankom, daar steeds iemand klaar staat om met een glimlach de bestelling op te nemen. Is er Orval? Ja, er is Orval. Ik juich van binnen. Wonderlijk! Orval vind je niet overal. In de bierstekerijen worden ze gerantsoeneerd. Ik klink en ik zet het glas aan de lippen. Orvalschuim heeft iets weg van pas geklopte room. Het smelt niet te snel weg en smaakt vol, maar dan wel bitterzoet. Wonderen zijn als dat bitterzoete schuim. Zoet zijn ze nooit. Op kermissen of in pretparken kom je ze zelden tegen. Wat je daar vindt zijn illusies, voorgeprogrammeerde tuigen. Wonderen kom je tegen op plekken of op momenten waar grenzen kunnen worden overschreden, op de rand van land en water, in de schemer tussen leven en dood, op de drempel van kindertijd naar volwassenheid, in het peilen van de afstand tussen mens en vogel.

Geef een reactie op johandevriendt.com Reactie annuleren

3 gedachten over “WONDEREN

  1. Dag Annemie, dank je voor deze gedachten. Ik merk wel dat je ze zelf beleeft en er van gedachten over wil wisselen. Dat is dan ook één van de redenen waarom ik deze blog ben begonnen en het boek aan het schrijven ben. Je schrijft het ergens kernachtig: ‘Het is ook een uitnodiging om het kleine toe te laten en te erkennen in je eigen leven en de niet erkende stukken van jezelf ook in jezelf te mogen erkennen. Ik laat de deelnemers het mos opmerken maar het is pas als ze daar persoonlijk iets bij gaan voelen dat het mos als wonder effect zal hebben en ze er na de sessie eventueel nog verder mee bezig kunnen zijn.’ We lopen er al gauw aan voorbij, maar in alles zit een wonder: kiemende planten, dat mos waar jij je focus op legt tijdens je wandelingen met mosbaders. Elders beschrijf je het nog kernachtiger: ‘Voor mij is bijvoorbeeld een wonder ervaren in de natuur iets spiritueels. Het is een soort van herkenning, een uitwisseling van energie,…’ In ‘Heimweeën’ beschrijf ik ergens de kracht van resonantie bij het zingen, het samen zingen van liederen. Het ontmoeten van wonderen is zoiets al samen zingen. Je komt op eenzelfde golflengte, ‘herkent’ elkaar en wanneer het lied gezongen wordt stroomt er een gedeelde energie. Zelfs als de ‘andere’ niet menselijk is. Zei het een mooie steen, een regenboog, een zonsondergang, een dier, een bloem, een goddelijke aanwezigheid. Ik neem een hernieuwde aandacht waar voor deze dingen. Ik ben zelf al jaren praktiserend heiden, nee ik ben geen adept van wicca, neosjamanisme of new age. Gewoon het alledaagse ingeschreven zijn in de eeuwige wederkeer. Het is geen zoeken naar God of jezelf klaar maken voor een hiernamaals. Het is het diepe besef dat wij allemaal deel uitmaken van iets groters, maar dat dat groters al volledig in ons zit. Je klein voelen tegenover die grote natuur is een positief gevoel, maar besef wel dat jij volledig deel uitmaakt van die grote natuur. De mens is een tragisch, maar ook een subliem wezen omdat hij/zij steeds zelf als persoon die band terug moet herstellen. Hij doet dit op alle mogelijke manieren: destructief, zelfdestructief, ingenieus, revelerend. Dat zal altijd zo blijven. In de oude religies zie je die twee krachten terugkomen in alles. Het komt er op aan evenwicht te behouden. De mens moet eten om verder te kunnen, maar hij neemt daarbij te veel de verkeerde beslissingen, zodat zijn omgeving en dus ook hijzelf te veel dreigt ten onder te gaan. De mens heeft echter ook dat zelfhelend, zelf herstellend vermogen. In mijn boek wonderen wil ik vertellen over deze ambiguïteit in de mens. Religie, permacultuur, muziek … Ik wil dit doen vanuit mijn eigen ervaring. Ik hoop dat ik woorden vind, maar ik besef dat ik ook maar woorden gebruik die de echte ervaring maar zijdelings kunnen benaderen. Woorden zijn echter niet gisteren ontstaan, maar zijn als bootjes op de gedachtenzee. Ze zijn ontworpen op basis van modellen en plannen van andere bootjes, gemaakt van verschillende materialen en veranderen voortdurend van lading en van richting, dobberend op die gedachtenzee. We stappen aan boord, veranderen er dingen aan, veranderen de boot van richting en stappen dan weer uit. Ik heb bijvoorbeeld een hele oude naam. ‘Vriend’ betekende in de middeleeuwen ‘bondgenoot’. Je ziet het verband nog, maar de toon is veranderd. In het Nederlandse woord ‘braaf’ zie je het Engelse woord ‘brave’ en dat betekent gewoon het tegengestelde. Ik ben al jaren fan van de blog ‘Taaldacht’ waar de etymologie van woorden wordt uitgespit. Boeiend, wonderlijk en verrijkend. Dank je voor je verrijkende gedachten, Annemie en geniet van die kleine mosbaden! Tot later.

    Like

  2. Dag Johan,

    Wat zijn wonderen voor mij? Dat is een interessante vraag om eens over na te denken.

    Hieronder volgt wat ik op het eerste zicht bij ‘wonderen’ voel en denk.

    Wonderen zijn onverwachte, soms korte, ervaringen/ontmoetingen. Het kunnen heel grote maar ook kleine dingen zijn die mijn leven verrijken op allerlei gebieden. Wonderen zijn vaak persoonsgebonden; wat voor mij een wonder is, is dat niet voor iemand anders. Je moet ze wel eerst opmerken en toelaten; je erdoor laten raken. Er komen heel wat gevoelens bij naar boven die ik na de eigenlijke ervaring nog in mij aanwezig kan voelen en die ik soms later weer kan oproepen. Sommige wonderen zijn in staat om mijn leven te veranderen.

    Wonderen toelaten

    Wonderen zijn er altijd en overal. In onze jachtige maatschappij van vandaag is het niet zo vanzelfsprekend om er oog voor te hebben en je ervoor open te stellen. Het is de kunst om wonderen te mogen en kunnen ervaren. Daarom is het nodig om ze eerst en vooral op te merken. Dat vraagt volgens mij om met een meer open, bewuste houding in het leven te staan vanuit respect, dankbaarheid,… en vanuit een positieve, liefdevolle intentie. Anders creëer je geen ruimte waarin wonderen aan je kunnen en mogen verschijnen en zal je ze niet opmerken.

    Je kan ze dan wel opmerken maar kan je ze dan ook nog toelaten? Dit vraagt om te vertragen en te voelen wat ze met je doen. Toelaten dat je er mag van genieten, gelukkig van wordt, er positieve energie van krijgt, er dankbaar voor bent,.. en wat voor andere gevoelens er nog allemaal naar boven komen. Kortom door het te voelen treed je ermee in verbinding en dat is voor mij de kern van het ervaren van een wonder. Maar voelen is in onze mentale maatschappij niet zo eenvoudig.

    Wonderen in de natuur

    Voor mij is het grassprietje in het gazon een even groot wonder als bijvoorbeeld een regenboog, een zonsondergang, het noorderlicht,… Het is eigenlijk ook een wonder dat wij mensen bestaan. Het is vanuit verwondering in het leven staan en van daaruit ook oog hebben voor het hele kleine. Voor grote natuurwonderen is er nu eenmaal meer belangstelling; ze zijn gemakkelijker waar te nemen en te voelen door hun omvang. Het zijn meestal natuurverschijnselen die we niet dagelijks meemaken vandaar ook dat ze onze aandacht meer trekken. Als we natuurwonderen toevallig ervaren is volgens mij de kracht veel dieper dan dat we ze bewust gaan opzoeken omdat er dan minder verwachtingen aan gekoppeld zijn.

    Als mens erken ik mijn ‘beperkt zijn’ ten opzichte van de natuur en de krachten die daarin aanwezig zijn. Ik bewonder kleine zaadjes waar alles in potentie in aanwezig is en die de kracht en energie vinden om op het juiste moment te beginnen kiemen en uit te groeien tot een plant, bloem,… ; dat is een wonder. Als mens speel je eigenlijk een kleinere rol bijvoorbeeld bij een moestuin. Je kan er de grond voorbereiden, water geven,… je zorgt voor een goede omgeving maar het zijn de groenten die al het werk doen; elke groente verwezenlijkt zichzelf en bij dat proces op zich kunnen wij niets bijdragen.

    Door open te staan voor de wonderen in de natuur voel ik me er ook meer mee verbonden en ga ik er op een respectvollere manier mee om door onder andere te kiezen voor ecologisch tuinieren en biologische voeding.

    Andere wonderen

    Door mij open te stellen komen er geregeld toevalligheden voorbij. Dat zijn dan dingen die ik tegenkom, mensen die iets tegen me zeggen, mensen die ik ontmoet,… die op dat moment aansluiten bij waar ik bijvoorbeeld mee bezig ben,… ik bezie ze als wonderen die ik koester en die mijn leven verrijken.

    Wonderen – spiritualiteit

    Voor mij is een wonder ervaren in de natuur iets spiritueels. Het is een soort van herkenning, een uitwisseling van energie,…

    Het woord spiritualiteit is zo ruim en heeft vaak zo’n geladen en negatieve bijklank. Voor mij is er zoiets als een meer donkere kant van spiritualiteit: bijvoorbeeld de heksenverbrandingen, geesten oproepen,… maar langs de andere kant is er ook een lichte kant. Het is dan de uitdaging om het woord ‘spiritualiteit’ los te zien van zijn donkere kant en eventueel de lichte kan te gaan verkennen. Ik zou die lichtere kant voor mezelf willen omschrijven als bewuster in het leven staan, een kracht, een energie, een verbinding,…

    De beperktheid van onze taal

    Eigenlijk is onze taal te beperkt om dingen zoals spiritualiteit en het ervaren van een wonder te omschrijven. Het gaat om een persoonlijk gevoel dat net zoals alle gevoelens moeilijk uit te leggen is omdat ik de gevoelens van een ander niet volledig kan voelen. We trachten het dan wel voor iemand anders te beschrijven binnen de beperktheid van onze taal maar dat blijft in wezen abstract. Als mens hebben we te erkennen dat we eigenlijk heel beperkt zijn. Neem nu bijvoorbeeld onze zintuigen; deze zijn beperkt. Er zijn dieren die veel meer kunnen zien, horen, voelen,… Ik vraag me dikwijls af hoe de wereld er werkelijk uitziet en wat wij allemaal niet missen. Het is allemaal veel ruimer dan we beseffen. Welke wonderen zouden we dan niet allemaal kunnen ervaren?

    Ondervind jij soms iets van het bepekt zijn van de taal tijdens je schrijven? Ik ondervind dat zeker bij mijn beschrijving rond spiritualiteit hierboven en hoe ik een wonder ervaar. Het ervaren van dit soort dingen gaat voor mij dieper en ruimer dan onze taal.

    Is alles een wonder?

    Er wordt wel eens gezegd dat alles een wonder is. Voor mij is eigenlijk alles een wonder maar door dit in de werkelijkheid uit te spreken of neer te schrijven is er naar mijn aanvoelen geen ruimte meer over om je te laten verwonderen, kan er geen wonder meer plaatsvinden. Er kan dan geen ruimte meer gecreëerd worden om een wonder en de bijbehorende emoties te ervaren.

    Ik wens je nog veel succes bij het schijven van je boek en bij alles waar je mee bezig bent.

    Geliked door 1 persoon

    1. Dag Annemie, dank je voor deze gedachten. Ik merk wel dat je ze zelf beleeft en er van gedachten over wil wisselen. Dat is dan ook één van de redenen waarom ik deze blog ben begonnen en het boek aan het schrijven ben. Je schrijft het ergens kernachtig: ‘Het is ook een uitnodiging om het kleine toe te laten en te erkennen in je eigen leven en de niet erkende stukken van jezelf ook in jezelf te mogen erkennen. Ik laat de deelnemers het mos opmerken maar het is pas als ze daar persoonlijk iets bij gaan voelen dat het mos als wonder effect zal hebben en ze er na de sessie eventueel nog verder mee bezig kunnen zijn.’ We lopen er al gauw aan voorbij, maar in alles zit een wonder: kiemende planten, dat mos waar jij je focus op legt tijdens je wandelingen met mosbaders. Elders beschrijf je het nog kernachtiger: ‘Voor mij is bijvoorbeeld een wonder ervaren in de natuur iets spiritueels. Het is een soort van herkenning, een uitwisseling van energie,…’ In ‘Heimweeën’ beschrijf ik ergens de kracht van resonantie bij het zingen, het samen zingen van liederen. Het ontmoeten van wonderen is zoiets al samen zingen. Je komt op eenzelfde golflengte, ‘herkent’ elkaar en wanneer het lied gezongen wordt stroomt er een gedeelde energie. Zelfs als de ‘andere’ niet menselijk is. Zei het een mooie steen, een regenboog, een zonsondergang, een dier, een bloem, een goddelijke aanwezigheid. Ik neem een hernieuwde aandacht waar voor deze dingen. Ik ben zelf al jaren praktiserend heiden, nee ik ben geen adept van wicca, neosjamanisme of new age. Gewoon het alledaagse ingeschreven zijn in de eeuwige wederkeer. Het is geen zoeken naar God of jezelf klaar maken voor een hiernamaals. Het is het diepe besef dat wij allemaal deel uitmaken van iets groters, maar dat dat groters al volledig in ons zit. Je klein voelen tegenover die grote natuur is een positief gevoel, maar besef wel dat jij volledig deel uitmaakt van die grote natuur. De mens is een tragisch, maar ook een subliem wezen omdat hij/zij steeds zelf als persoon die band terug moet herstellen. Hij doet dit op alle mogelijke manieren: destructief, zelfdestructief, ingenieus, revelerend. Dat zal altijd zo blijven. In de oude religies zie je die twee krachten terugkomen in alles. Het komt er op aan evenwicht te behouden. De mens moet eten om verder te kunnen, maar hij neemt daarbij te veel de verkeerde beslissingen, zodat zijn omgeving en dus ook hijzelf dreigt ten onder te gaan. De mens heeft echter ook dat zelfhelend, zelf herstellend vermogen. In mijn boek Wonderen wil ik vertellen over deze ambiguïteit in de mens. Religie, permacultuur, muziek … Ik wil dit doen vanuit mijn eigen ervaring. Ik hoop dat ik woorden vind, maar ik besef dat ik ook maar woorden gebruik die de echte ervaring maar zijdelings kunnen benaderen. Woorden zijn echter niet gisteren ontstaan, maar zijn als bootjes op de gedachtenzee. Ze zijn ontworpen op basis van modellen en plannen van andere bootjes, gemaakt van verschillende materialen. Ze veranderen voortdurend van lading en van richting, dobberend op die gedachtenzee. We stappen aan boord, veranderen er dingen aan, veranderen de boot van richting en stappen dan weer uit, de boot overlatend voor anderen die er op hun beurt met andere ladingen gevuld naar andere oorden trekken. Ik heb bijvoorbeeld een hele oude naam. ‘Vriend’ betekende in de middeleeuwen ‘bondgenoot’. Je ziet het verband nog, maar de toon is veranderd. In het Nederlandse woord ‘braaf’ zie je het Engelse woord ‘brave’ en dat betekent gewoon het tegengestelde. Ik ben al jaren fan van de blog ‘Taaldacht’ waar de etymologie van woorden wordt uitgespit. Boeiend, wonderlijk en verrijkend. Dank je voor je verrijkende gedachten, Annemie en geniet van die kleine mosbaden! Tot later.

      Like

Geef een reactie op johandevriendt.com Reactie annuleren