Hof ter Walle staat in de steigers. De restauratie is eindelijk begonnen. Ondertussen gaat het Heemerf Hof ter Walle haar derde jaar in. De winter is geen tijd van rust hier. Onder en boven de grond wordt een nieuwe lente en een heerlijke zomer voorbereid. Geniet alvast van deze terugblik…
Schoonheid is een lach doorheen tranen. Schoonheid is …
“Doel spreekt tot de verbeelding, ondanks haar schamel voorkomen. Of net door haar schamel voorkomen. Dat maakt haar uniek, doorleefd, niet eenduidig. De schamelheid van het dorp is het resultaat van verwaarlozing en aanranding, maar deze getekendheid maakt integraal deel uit van de identiteit van het dorp. Het geeft het dorp een ongekende intensiteit. Het verontrust. Je ogen gaan schichtig heen en weer. Tussen afbrokkelende baksteen ontwaar je onverwachts een volwassen appelboom, getooid met een weelderige appelbloesemkroon. De schoonheid kiert overal naar buiten. Leonard Cohen omschreef het al in zijn lied Anthem:‘There is a crack in everything. That’s how the light gets in’.
opkamer Hof ter Walle
‘Schoonheid’ is dus allerminst een synoniem voor ‘gaafheid’. Schoonheid is het patina van een berookt plafond. Schoonheid is de nieuwe bast over het litteken van een afgewaaide tak. Schoonheid is een lach doorheen tranen. Schoonheid is een regenboog op een druilerige ochtend. Schoonheid in Doel is op de dijk staan en de zee van daken zien golven, met aan de overzijde een scheve kerktoren als boei. Schoonheid in Doel is de stilte en het gekwetter van de zwaluwen die langs je oren scheren en verdwijnen in hun metselnestje onder de klif van het gemeentehuis. Schoonheid in Doel is een wolk de horizon zien raken, met niets daartussen, geen huizen, gewoon een witgroene streep. Schoonheid in Doel is een vers geploegde akker zien schitteren in de zon: de aardschollen als zilverstaven uitgestald. Die schoonheid opmerken doet je anders zien, doet je dromen, doet je iets, doet je veel. Wanneer je doorheen alledaagsheid en lelijkheid schoonheid ziet, overvalt je een gevoel van verwondering en ontzag.” (Heimweeën, p. 251-252)
En noteer alvast deze twee data: op zondag 25 januari geef ik een lezing in Sint-Niklaas en op zondag 1 februari is de volgende wandeling rond den Hof. Meer info vind je hier.
Alle medewerkers, bezoekers en supporters wens ik een zalige zonnewende!
“De Putten situeert zich in de Oud-Arenbergpolder in Kieldrecht, op de grens met Doel. Deze ecologisch zeer waardevolle vochtige weilanden zijn zilte meersen. Dit komt wellicht doordat de onderliggende veenlagen zout afgeven. Hierdoor groeien er planten die je haast nergens zal tegenkomen. Het gebied is tevens een waar vogelparadijs, waarbij ‘s zomers de weidevogels en ‘s winters de ganzen de meest bekende zijn. De verschillende hoeven in dit gebied dateren uit de periode van na de zeventiende-eeuwse herinpoldering. De hoeves die tot de mooiste behoren in het gebied, zijn echte merktekens in het landschap die reeds van ver het landschap karakteriseren. Door de uitbreiding van de Antwerpse haven wordt nu ook ten westen van het kerngebied van De Putten aan natuurontwikkeling gedaan. Dat impliceert dat landbouwgronden worden onteigend en akkerland in grasland wordt omgezet. Volgens de plannen moet daarvoor ook de historische bebouwing verdwijnen. In het geval van de hoeves in de Oud-Arenbergpolder stelt zich pijnlijk duidelijk de problematiek rond het behoud van het boerenerfgoed in Vlaanderen. Deze hoeves zijn onlosmakelijk verbonden met de historiek van de regio, karakteriseren mee het landschap en kunnen zelfs meerwaarde betekenen vanuit ecologisch standpunt.”(website Natuurpunt 2011)
WANDEL MEE ROND HOF TER WALLE Een namiddag erfgoed, natuur, landbouw, strijd én lekkers in de polder rond Doel op zondag 30/11/2025, 01/02//2026, 26/04/2026, 28/06/2026.
We wandelen langs oude en nieuwe landschappen, met eindeloos mooie en ook enkele lelijke zichten, langs zeedijken, wateringen, oude zandwegen, een muzikale kapel en het meest iconische boerenerfgoed van de polder. We leren de decennialange strijd voor het behoud van de streek kennen, want iedereen weet wel iets over de overlevingsstrijd van het dorp Doel, maar weinigen weten dat niet alleen het dorp, maar heel de polder bedreigd was en het er ook vandaag nog niet allemaal koek en ei is. We genieten van natuur, erfgoed en oude en nieuwe landbouwtechnieken. Wat is ‘kwel’? Waarom heeft een dijk een zoete en zoute kant? We leren meer over de vogels en de planten in de polder. We verbreden onze horizon. Wat is natuur? Hoe kan natuur en landbouw samen bestaan? Hoe breng je erfgoed tot leven? Hoe kan jij daar aan deelnemen, toe bijdragen en er zelf van genieten? We sluiten af met een natje en een droogje uit de Heemtuin van Hof ter Walle, met op de achtergrond een concert van grutto’s, kikkers of ganzen, afhankelijk van het seizoen natuurlijk. Misschien zien we zelfs een feniks.
Een namiddag erfgoed, natuur, landbouw, strijd én lekkers in de polder rond Doel op zondag 30/11/2025, 01/02//2026, 26/04/2026, 28/06/2026.
Aanvang telkens om 13u30. De vertrekplek wordt meegedeeld. Einde is voorzien rond 17u aan Hof ter Walle (Oud Arenberg 73). Afstand: 3 of 7 km.
Wie met de bus komt, stapt af aan Kieldrecht kerk (op ongeveer 700 m van het vertrekpunt). De auto of de fiets kan je daar veilig achterlaten.
Stevige stapschoenen en kledij zijn aan te raden, maar het traject is voor elke ervaren en minder ervaren stapper gemakkelijk te bewandelen. Mensen die minder goed te been zijn, kunnen aansluiten vanaf 15u op Hof ter Walle.
Breng je camera en verrekijker mee, maar let wel: het is geen vogelobservatie. Daar maken we wel tijd voor, maar we blijven een normaal wandeltempo behouden. Aangekomen aan Hof ter Walle kan je wel uitgebreid de vogel- en plantenrijkdom fotograferen op het erf en in het natuurgebied dat de boerderij omringt.
Prijs per persoon is 20 euro. Per gezin is het 30 euro. Hapje en drankje inbegrepen. Inkomsten gaan integraal naar de uitbouw van de Heemtuin op Hof ter Walle.
Op Hof ter Walle houden we rekening met de restauratiewerken door Herita. We houden ons aan de werfvoorschriften.
Vijfentwintig jaar geleden stond ik te trillen op mijn benen. We hadden de jongensschool in Doel bezet. Na acht jaar leegstand werd ik de eerste bewoner. Kraker werd ik genoemd. Dat is het verhaal geweld aan doen, want dit was geen normaal kraakpand. De voormalige school werd het epicentrum van de strijd voor het behoud van Doel en polder. Maurice – champetter van Doel, activist en erecommissaris van Beveren – doopte het complex ‘De Doolen’, naar de oudst overgeleverde naam voor het bedreigde dorp. Duizenden mensen passeerden sindsdien in Gemeenschapscentrum De Doolen en warmden zich aan de ‘warme haard van verzet’. Nu zaterdag 27 september vieren wij samen 25 jaar De Doolen. Het volledige verhaal kan je nalezen in ‘Het gevecht om Doel en polder’ van Jan Creve en in mijn boek Heimweeën. Beide boeken worden ter plekke te koop aangeboden.
Voor de 49ste keer toont Doel dat het een levenskrachtig dorp is. In augustus 1975 vond de eerste Scheldewijding plaats, toen voor de eerste – maar niet laatste – maal bekend werd dat Doel dreigde te verdwijnen voor de havenuitbreiding. 17 augustus 2025 wordt een bijzondere editie: 50 jaar Scheldewijding en 25 jaar De Doolen. Het verhaal van Doel breng ik met een wandeling door het dorp. We spreken af om 14 u aan de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartskerk. Kijk al eens op de website van de Erfgoedgemeenschap Doel & Polder. Dan krijg je een beeld van waar we langs gaan.
Doel vóór 2003.
Tijdens de wandeling gaan we in het bijzonder langs het Brits Monument dat eindelijk terug op haar oorspronkelijke plek staat. We bezoeken de werf van het Hooghuis. Mensen van Herita geven ons een inkijk. We bezoeken ook de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartskerk. Simonne Gillis, geboren in Doel op de Olifanthoeve, doet daar het verhaal. We passeren ook de Scheldemolen en vertellen over de verschillende gedaanteverwisselingen van dit baken en over de restauratieplannen. In de Tramstatie naast De Doolen gaat een unieke tentoonstelling door over de 49 vorige edities van de Scheldewijdingsfeesten, samengesteld door Marina Apers van Doel2020. Studenten van de Architectuurfaculteit van de KUL die dit gebouw hebben gerenoveerd leiden je er in rond. We eindigen in De Doolen, waar je kan genieten van een natje, een droogje en heel wat muziek. En kom al wat vroeger want vanaf 9 u start de rommel, brocante- en ambachtenmarkt in het dorp. Om 11 u is er de traditionele Scheldewijdingsmis met aansluitend de Scheldewijding en botenwijding aan de kaai van de Schelde.
Vakantie: tijd om op te laden! En de meeste mensen haasten zich naar een plek ver weg van thuis. Vreemd toch? Vanaf september kan je met me meewandelen in de polder rond Hof ter Walle. Je vindt meer info verder in dit bericht.
Mamaatje, Tanteke en Brammeke, bewoners van Hof ter Walle
Later I am taught a word by a famer’s wife. Hiraeth. The Welsh say it is untranslatable. It means a sort of longing, a gravity-pull from home, or the idea of home, or the idea of a memory or feeling of a place. (Sarah Langford, Rooted. How regenerative Farming Can Change the World, 2022)
Vakantie: tijd om te lezen. Ik lees het getuigenis van Sarah Langford. Door pech werd zij met haar partner en twee kleine kinderen gedwongen het dure Londen te verlaten, terug naar de voorouderlijke hoeve in Suffolk. Van de ene dag op de andere had de advocate de toga uit en de laarzen aan. ‘Boeren’ ligt nog steeds niet aangenaam in de mond, maar het krijgt langzaamaan toch weer meer smaak, mede door boeken als dit. Een passage en ik vertaal het oorspronkelijke Engels: ‘ Terwijl ik het landschap om me heen een nieuwe oogstcyclus zie doormaken, begin ik te vermoeden dat we geschapen zijn om ons te verbinden met de plekken om ons heen, in het bijzonder met de natuur. Dat ook wij – net als planten en bomen – de behoefte voelen om ons in het land te wortelen en een plek en verbinding voor onszelf op te eisen, zelfs als het land niet van ons is. Het land eist ons op haar beurt ook enigszins op. We hoeven er niet geboren te zijn om ons zo te voelen, om een plek niet van jongs af aan te kennen. Ik vraag me soms af of dit gevoel een echo is van iets dat we ooit allemaal gemeen hadden – lang vóór de industrialisatie begon, lang voor we allemaal weg gingen willens of nillens, wanneer we tegen onze wil uit ons huis werden gehaald: een gevoel van diepe verbondenheid met de natuur, omdat die ons alles kan bieden wat we nodig hebben: voedsel, onderdak, leven, begrip.’
WANDEL MEE ROND HOF TER WALLE Een namiddag erfgoed, natuur, landbouw, strijd én lekkers in de polder rond Doel op zondag 21/09/2025, 30/11/2025, 01/02//2026, 26/04/2026, 28/06/2026.
Ik leid jullie rond op de plekken waar Heimweeën en Wonderen bevochten en geschreven zijn. We wandelen langs oude en nieuwe landschappen, met eindeloos mooie en ook enkele lelijke zichten, langs zeedijken, wateringen, oude zandwegen, een muzikale kapel en het meest iconische boerenerfgoed van de polder. We leren de decennialange strijd voor het behoud van de streek kennen, want iedereen weet wel iets over de overlevingsstrijd van het dorp Doel, maar weinigen weten dat niet alleen het dorp, maar heel de polder bedreigd was en het er ook vandaag nog niet allemaal koek en ei is. We genieten van natuur, erfgoed en oude en nieuwe landbouwtechnieken. Wat is ‘kwel’? Waarom heeft een dijk een zoete en zoute kant? We leren meer over de vogels en de planten in de polder. We verbreden onze horizon. Wat is natuur? Hoe kan natuur en landbouw samen bestaan? Hoe breng je erfgoed tot leven? Hoe kan jij daar aan deelnemen, toe bijdragen en er zelf van genieten? We sluiten af met een natje en een droogje uit de Heemtuin van Hof ter Walle, met op de achtergrond een concert van grutto’s, kikkers of ganzen, afhankelijk van het seizoen natuurlijk. Misschien zien we zelfs een feniks.
Een namiddag erfgoed, natuur, landbouw, strijd én lekkers in de polder rond Doel op zondag 21/09/2025, 30/11/2025, 01/02//2026, 26/04/2026, 28/06/2026.
Aanvang telkens om 13u30. De vertrekplek wordt je meegedeeld. Einde is voorzien rond 16u aan Hof ter Walle (Oud Arenberg 73). Afstand: 7 km.
Wie met de bus komt, stapt af aan Kieldrecht kerk (op ongeveer 700 m van het vertrekpunt). De auto of de fiets kan je daar veilig achterlaten.
Stevige stapschoenen en kledij zijn aan te raden, maar het traject is voor elke ervaren en minder ervaren stapper gemakkelijk te bewandelen. Mensen die minder goed te been zijn, kunnen aansluiten vanaf 15u op Hof ter Walle (1,5 km van de verzamelplek). Huisdieren zijn niet toegelaten.
Breng je camera en verrekijker mee, maar let wel: het is geen vogelobservatie. Daar maken we wel tijd voor, maar we blijven een normaal wandeltempo behouden. Aangekomen aan Hof ter Walle kan je wel uitgebreid de vogel- en plantenrijkdom fotograferen op het erf en in het natuurgebied dat de boerderij omringt.
Prijs per persoon is 20 euro. Per gezin is het 30 euro. Hapje en drankje inbegrepen. Inkomsten gaan integraal naar de uitbouw van de Heemtuin op Hof ter Walle.
Op Hof ter Walle houden we rekening met de restauratiewerken door Herita. We gaan de gebouwen niet binnen en houden ons aan de werfvoorschriften. Daarom is deze activiteit niet aan te raden voor gezinnen met kinderen jonger dan 10 jaar.
En plots stond daar een lammetje. Ik had dit niet voorzien, ‘maar dat is het leven’, dacht ik toen ik was bekomen van de schrik. Toen ik het erf op kwam, waren moeder en kind nergens te zien. Er stuiterde slechts één ooi in de wei, nog meer opgewonden dan anders, met bokkensprongen, flapperende oren en pathetisch gebleit, zoals schapen dat doen in een tekenfilm. Ik vreesde dat de andere ooi was gestolen of – erger nog – met afgesneden kop in een plas bloed was achtergelaten. Op zo’n momenten merk je aan de reflexen van je lichaam dat je diep van binnen al lange tijd op de toppen van je tenen loopt. Hoewel je weet dat deze dieren beter voorbereid zijn op het leven dan jij, verwacht je het ergste. Wat kan er allemaal niet gebeuren op een afgelegen boerderij die in de wijde omtrek enkel gekend is als ruïne? Toen ik hier toekwam – drie-en-een-half jaar geleden – was de plek een ravage: hoeve, erf en tuin. Ik ben niet iemand die wacht op het initiatief van overheden of andere verantwoordelijken. In het Ommelandverbond staat Hof ter Walle omschreven als een plek waar natuur, landbouw, erfgoed en bewoning een nieuw gebalanceerd huwelijk aangaan. Dat had ik zelf zo onderhandeld. Het lot gaf me de mogelijkheid om het ook mee uit te voeren. De vorige bewoner was het afgetrapt en de antikraakfirma die het gebouw beheerde vond mij als nieuwe bewoner. Dat ik zelf al ervaring had met permacultuur en mijn jongste dochter zich aan het verdiepen was in regeneratieve landbouw en voedselbossen, bracht de kar aan het rollen. Sindsdien hebben we veel hindernissen moeten overwinnen, want wonen bleek al snel niet verantwoord. Gebrekkig beheer en verval hadden het woonhuis onbewoonbaar gemaakt. Niet getreurd: we waren hier vooral om van de tuin iets te maken. De moestuin hebben we van de oorspronkelijke plek voor het woonhuis verhuisd naar een andere plek (Zie schets).
De voortuin was een gevarieerd biotoop geworden met zeldzame en minder voorkomende planten als bijenorchis, kattendoorn, grasklokje, bosaardbei, smeerwortel, wilde pastinaak, glanshaver, biezen en wilde peen. Minder fijn was dat ook de woelratten en -muizen dit plekje heel fijn vonden. Hier startten we een maaicyclus om nog meer bloemenpracht te genereren. Met de zeis. Mijn zeis was een erfstuk. Had ik overgehouden van mijn jeugd in Tielrode. Op Hof ter Walle vond ik een tweede zeis. De overdracht uit het verleden kon niet symbolischer. Het volledige verhaal kan je lezen in mijn boek Heimweeën.
Ondertussen zijn we twee jaar verder en hebben we wat bijgestuurd. De zeis heeft hulp gekregen van twee schapen en de schapen hebben zelf voor extra hulp gezorgd. Onze gemeenschap breidt zich uit. En dat is ook de bedoeling. Een boerderij is een gemeenschap. Een gemeenschap van mensen, planten en dieren. Een boerderij zonder dieren en zonder gewassen is een ruine … of een fermette. Zelfs na de beste restauratie. De essentie van een boerderij is een cyclus, zoals in de natuur. Een boerderij is nooit louter een winst- of verliespost. Twee schapen heb ik gekocht. Van twee ging het naar vier en van vier terug naar drie. En bij drie zal het niet blijven, want Brammeke het rammeke zal in augustus Bram de Ram worden. En dan zal hij bij moeder en tante vandaan moeten of… En Faun zal je nooit zien dartelen, want na één dag en één nacht rust zij nu voor eeuwig in de vacht van Moeder Aarde. Maar zij is er nog. Zoals alles. Alles vloeit over in elkaar, in eeuwige wederkeer.
Sinds zaterdag 8 maart is Hof ter Walle opnieuw permanent bewoond. Twee ooien van het schapenras Castlemilk Moorit hebben de belangrijke taak gekregen het gras op de site kort te houden. De keuze voor Castlemilk Moorit-schapen is eerder toevallig, maar wel van het genre ‘gelukkig toeval’. Ik zocht al een tijdje hulp bij het maaien. Het raaigras groeide sneller dan ik kon maaien met de zeis en er stond nog veel andere werk te trappelen. Ik raakte aan de praat met de eigenaar van een kleine kudde bijzondere schapen. Resistentie tegen heel wat ziekten, het jaar rond buiten in de wei en niet kieskeurig wat eten betreft: dat bleken doorslaggevende argumenten. Ooien van het ras Castlemilk Moorit hebben blijkbaar ook een goed moederinstinct. Bij dit ras dragen niet alleen de rammen hoornen. Castlemilk ooien verdedigen zichzelf en hun lammeren fanatiek. Een bezoek aan de kudde gaf de doorslag. Wat een mooie dieren waren dat! Eigenaar Carlo wees naar de hoornen van ooien, lammeren en de indrukwekkende ram en vermeldde langs zijn neus weg dat het ras een kruising is met de wilde mouflon. Er is geen rechtstreeks genenmateriaal gevonden van de wilde mouflon blijkt echter uit wetenschappelijk onderzoek. De meeste gedomesticeerde schapenrassen stammen af van dit dier, maar dat gebeurde al enkele duizenden jaren terug in Anatolië of in de Kaukasus. Het Castlemilk Moorit schaap is recenter. Het ras is sinds de jaren 20 van vorige eeuw op het kasteeldomein van Castle Milk bij Lockerbie in Schotland gekweekt uit de robuuste schapenrassen Shetland, Soay, Manx-Loaghtan en Wiltshire Horn. Meer info vind je hier. Het toevoegsel ‘moorit’ zou het Schotse woord zijn voor ‘roodbruine wol’. De diertjes zijn nu tien maanden oud en stellen het wel. Ze hebben nog geen naam. Zie dit als een oproep. Suggesties zijn welkom! Ik bedank ook mijn broer voor het gratis ter beschikking stellen van een verplaatsbare afrastering en bijbehorend materiaal. Hij heeft zelf jarenlang Vlaamse melkschapen gehouden. Mocht ik die Schotse lassies niet zijn tegengekomen dan waren het wellicht de Kempische meiden geworden.
Hof ter Walle wil een levend heemerf zijn. Niet alleen schapen horen daarbij als levende grasmaaiers. We streven een circulair systeem na, waar alle handelingen en grondstoffen het ecologisch boerderijweefsel voeden en versterken. Tijdens de wintermaanden lieten we de bodem van de moestuin en bloementuin rusten. In de herfst hebben we een beschermende en voedende mulchlaag aangebracht. We gebruikten daarvoor wat achtergebleven was na een vruchtbare zomer: oud stro, compost en gehakseld hout. Graszaad en ander aangewaaid zaad krijgt zo geen kans om te wortelen én de bodem wordt verrijkt, zodat groenten en plantgoed in het nieuwe jaar betere kansen krijgen. Een mulchlaag beschermt ook de opruimers en verrijkers in de bodem tegen koude en mogelijke vijanden. Waar de moestuin nog in ontwikkeling is, ligt er sinds vorig jaar worteldoek. Het worteldoek heeft ondertussen de grassen en de graswortels verstikt. Zo moet de bodem na wegname van het doek slechts minimaal worden bewerkt. In een permacultuurtuin is een gezond bodemleven de basis voor alles. Met de woelvork wordt de bodem minimaal verstoord en de aangevoerde compost zal de op deze plekken dichtgereden kleipoldergrond luchtiger maken. Daarover later meer.
Op de foto’s kan je ook de andere werken zien. In december en januari werden twee wilgen geknot. Knotwilgen maken deel uit van ons traditioneel boerenlandschap. Deze polderbakens zijn extreem nuttig. Zij zuigen overtollig water op en dienen als windbrekers. Om de bomen robuust te maken is knotten ideaal. Een wilg maakt zelfs nog nieuwe takken wanneer hij geveld ligt. Vandaar ook de naam: schietwilg. Het knotten is echter ook nodig omwille van goed nabuurschap. In het aangrenzende natuurgebied kunnen zeldzame weidevogels als grutto en kievit nestelen zonder dat een ekster of valk vanuit de bomen de kroost belaagt. Het hout is gebruikt voor noodzakelijke windschermen. In de polder is de wind een van de grootste boosdoeners. Niet alleen het dak van de schuur werd er in het verleden aan geslachtofferd, maar ook de vorig jaar geplante statige cardoen is niet meer. Samen met dochter Gitte hebben we geknot, gevlochten en een wilgentakkenril of -wal gemaakt rond de moestuin. En dat allemaal met handzagen, bijlen en enkele blaren op onze handpalmen. In februari werd een deel van het riet gemaaid. Een deel daarvan dient sindsdien als bodembedekking voor de schapenstal. Het maaiwerk van zeis en schapen zal nu zienderogen vorderen. Weldra hebben we weer uitzicht op de polder én op een vruchtbaar voorjaar! Wordt vervolgd.
Twee schaapjes op het land Ze zijn pas uitgeladen Ze kijken in het rond 'Wat zijn ze met ons van zins?'
Ze zoeken in het gras We maken mooie foto's Ze schudden met hun kop Hun baasje heet De Vriendt
Twee schaapjes op het land Ze zijn nu uitgelaten Ze lopen vrolijk rond zo heerlijk als een prins
In deze reeks geef ik achtergronden bij de hybride oorlogen van deze tijd. Ze zijn ‘hybride’ omdat het oorlogen zijn die niet eenduidig zijn te herleiden. Deze oorlogen breken niet uit. Zij zijn er al lang voor er één schot is gelost. Ze ontstaan uit een kluwen van sentimenten, ideeën, oorzaken en opportuniteiten en zijn nooit de schuld van één man, van één partij, van één kant. Eenmaal de oorlogslogica zich heeft genesteld in harten, vuisten en koppen, zijn deze oorlogen nog maar moeilijk te stoppen. We lossen deze oorlogen niet op door louter te beschuldigen. Laat ons beginnen met hun voedingsbodem om te spitten. In deze eerste aflevering bekijken we waar de oorlog in Oekraïne is begonnen. En dat is het verre Rome.
Ik begon Slavistiek en Oost-Europakunde te studeren op het moment dat de Sovjetunie op zijn laatste benen liep eind jaren tachtig van vorige eeuw. Dat werd toen nog door weinigen begrepen, maar toch deed ik toen al koerierdiensten voor de Russische ondergrondse oppositie en kreeg op die manier een uniek beeld van het echte Rusland. In 2000 kwam Vladimir Poetin aan de macht. Ik wilde al lang een doctoraat maken over de staatsraison van Rusland – het Russische Messianisme – en dit leek me het juiste moment, want achter deze door de geheime dienst KGB opgeleide man zag ik de schaduw groeien van een nieuw Rusland, niet een Westers en liberaal Rusland, dat zijn grondstoffen goedkoop zou delen met de wereld, maar een gekwetst imperiaal Rusland, dat zijn stomp geworden klauwen aan het scherpen was. De Universiteit van Gent zag hier het nut niet van in. Ik schreef dan maar dit referaat en ging ’s morgens terug naar de bibliotheekbalie, waar ik beduimelde romannetjes en strips aanpakte en terugzette op het rek.
Poetin en het Russisch Messianisme werd geschreven in de herfst van 2000, maar geactualiseerd voor TeKoS in 2022, toen het duidelijk werd dat de oorlog in Oekraïne escaleerde en het Russisch messianisme zijn ware gelaat liet zien.
‘Heimweeën’ laat de hartenklop zien van een bedreigde streek. Lees mee.
‘Juni 2006. Dit jaar gaat de processie uit op zondag 20 juni. Ik heb Maurice beloofd mee op te stappen. Maurice is ‘sjampetter’, veldwachter, en is daarom een notabele van het dorp en dus lid van de Kerkfabriek. Het is een bevreemdend tafereel, zo’n processie. Niet zozeer ‘uit de tijd’. Veeleer ‘buiten de tijd’. Zo’n veertig mensen met flambouwen in de handen lopen in twee rijen achter de kerkvlaggen. De pastoor zit in een rolstoel. De oude man is dodelijk ziek. Hij houdt de monstrans stevig omkneld op zijn schoot. Hij doet me denken aan een schipper die met de moed der wanhoop z’n schamele boot stuurvast door de woelige golven van een losgeslagen tijd op koers tracht te houden. Hij kijkt stuurs voor zich uit en beweegt zijn benige hand telkens als hij een kind ontwaart. ‘Kom ne keer hier!’ zegt zijn wiebelende middelvinger. De kinderen lopen voorbij en merken hem niet eens op. In betere tijden duwden ouders hun kinderen naar de man met de groene kazuifel, opdat hij hen zou zegenen. Die tijden zijn voorbij. In de wekelijkse eucharistieviering zie je maar weinig kinderen. Dat is in Doel niet anders dan elders in Vlaanderen. Toch zie ik kinderen lopen in de processie: kinderen van landbouwers en twee gasten van een devote familie uit Oost-Europa, vluchtelingen. Kinderen van het land samen met kinderen zonder land. In Doel is dit onderscheid maar klein, als je begrijpt wat ik bedoel. Voor de rolstoel van de pastoor uit zweeft Onze-Lieve-Vrouw van Doel op de schouders van vier vrouwen van Doel. Een prachtig gebruik, en meer dan symboliek. Pas wanneer de laatste vrouw van Doel haar dorp de rug zal toekeren, zal het gedaan zijn met deze gemeenschap. Maar dat gebeurt niet, integendeel. De vrouwen van Doel – en vooral de vrouwen van Doel2020 – zijn het geheime wapen in de overlevingsstrijd van ons dorp. Onze-Lieve-Vrouw van Doel is een merkwaardig geval. Volgens de overlevering heeft ze drie keer Doel en de polder behoed voor groot onheil. In 1682, tijdens een verschrikkelijke storm, brak de dijk aan het Grote Gat door, daar waar nu het Deurganckdok ligt. Heel de polder van Doel stond onder water, behalve het dorp, want de Verkortingsdijk – nu verdwenen onder het zand – hield stand. In een mum van tijd werd het gat gedicht en als dank bouwden de Doelenaars een kapel voor Onze-Lieve-Vrouw van Doel. De kapel is tijdens de laatste oorlog vernield, maar de pastoor had gezworen hem herop te bouwen wanneer Doel geen burgerslachtoffers zou te betreuren hebben. En zo geschiedde. Tijdens de Grote Watersnoodramp van 1953 liep het Scheldewater al bijna over het dijkhoofd, toen het plots begon te zakken. Aan de andere kant van de Schelde – op Nederlands grondgebied – was een dijk bezweken. Met de moed der wanhoop hadden de mensen van Doel uren aan een stuk zandzakjes gevuld en de dijk verstevigd. Het leek een hopeloze strijd, maar de inzet van deze honderden mensen werd beloond. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Doel bestookt met Duitse V1-raketten. Het doel was niet het dorp Doel, maar het Britse afweergeschut dat hier gevestigd was om Antwerpen en de haven te beschermen. Weten ze dat nog wel in die middens? Op een mistige dag in de laatste dagen van de oorlog viel één van de bommen midden in het parkje van Doel. Daar – naast het kapelletje van Onze-Lieve-Vrouw van Doel – was het kampement van de Engelsen. De bom ontplofte niet. En nog elk jaar in juli herdenkt het Engelse leger deze wapenfeiten met een groet aan het Britse monument op de dijk. De Confrerie van Sint-Cornelius heeft eeuwenlang deze processie georganiseerd. Sint-Cornelius is de beschermheilige tegen stuipen, vallende ziekte, zenuwaandoeningen en ‘qualycke saecken’. Doel kan zijn hulp wel gebruiken, want ‘qualycke saecken’ zie ik hier genoeg. Op het einde van elke processie speelt de fanfare ‘Zie ginds komt de stoomboot’. Alle dorstigen stomen daarop naar Doel 5. Maurice glundert en ook de ogen van Marleen lichten op. Doelenaars drinken graag een pint. De klarinetten, trombonen, trommels en de bombardon zorgen nog enkele uren voor jolijt, tot ze met zachte dwang worden buitengezet door Sheila, de waardin. Ook dat is traditie.’ (Heimweeën p. 91-93)
Schaf op tijd je exemplaar van Heimweeën aan voor onder de kerstboom…
‘… De hoeve staat in de Oud Arenbergpolder aan de rand van het natuurgebied De Putten, een weidelandschap tussen de dijken waar tot in de zeventiende eeuw turf werd gestoken en dat sindsdien maar weinig is veranderd. Het gebied wordt gevoed door zilt kwelwater en huist naast allerlei weide- en watervogels, zeldzame planten als greppelrus, schorrenzoutgras en blauw kweldergras. Achter de dijk ligt een uitgestrekte plas. In de jaren 70 is die uitgegraven om de talud van de expressweg te voorzien van voldoende zand. De plas is bij weinigen bekend. We kunnen er uren ravotten in het water zonder gestoord te worden door pottenkijkers. In de zomer van 1988 nodig ik er mijn vrienden uit voor een feestje. Ik word 21 jaar. We dragen er een paar bakken bier heen en dompelen die onder water. De flessen worden onder water ontkurkt, opgeduikeld en koel aan onze lippen gezet. De zomerhitte wordt weg gezwommen en gedronken. We hebben ons paradijs gevonden in eigen land. We zitten vol wilde ideeën en ontginnen een akker als gemeenschappelijke moestuin. De sla en de wortels worden gedecimeerd door de talrijke konijnen en watervogels, maar dat kan ons niet tegenhouden. We delen de rijkdom graag. Onder het gebinte van de oude schuur op het erf houden we onze polderoogstfeesten. De schrale oogst wordt binnengereden op een boerenkar. Er wordt soep gemaakt en de bierflessen wachten in grote teilen water. De boerenkar wordt naar een hoek van de schuur gereden en doet daar dienst als podium voor de volksmuzikanten van ons eigen polderorkest. We dansen polka’s, bourrees, scottishen en walsen de nacht om. De lichtkransen in de nok van de schuur geven het feest een feeërieke sfeer. Het is als een schilderij van Bruegel, maar dan echt, met jongeren die dit zelf hebben uitgevonden, mocht het nog niet bestaan hebben. Voor ons zijn de eeuwen tussen Bruegel en nu onbestaande. Dit is onze identiteit, het volle leven.
De haven is ver weg. We weten niet dat haar weeën maar even gestopt zijn. Het oude plan om de Scheldebochten te vermijden met een Baalhoekkanaal dat deze streek zou vernietigen is net opgedoekt, maar nieuwe plannen voor containerterminals broeden al in de hoofden van de machten. Zij zien deze streek met haar polders, plassen, geulen en oude boerderijen als een wingewest, als een leegte die gevuld moet. Wanneer op een van onze jaarlijkse polderoogstfeesten enkele vrienden van vrienden de schuur binnenwandelen langs de lage knechtendeur en opgenomen worden in een wervel van vriendschap en ongecompliceerd plezier van volksdansende en musicerende jongeren onder een gewelf van eeuwenoude balken, willen ze het feest afhuren voor de prestigieuze serviceclub waarvan zij het bestuur uitmaken.
-“Hoe bedoelt u?” vragen we verbaasd. -“Wel, gewoon, doe dit voor onze leden, gewoon, zoals jullie nu doen en laat onze mensen daarvan meegenieten!? Dit is authentieker dan Bokrijk. Wat een sfeer hangt hier!” -“Maar dit is ons feest, het is geen toneelstukje hoor!” -“Jaja, maar we betalen ervoor. Noem ons jullie prijs. We betalen wat jullie vragen!” We schudden onze hoofden, lachen schuchter en verbergen ons achter ons bierglas. Niet alles is te koop, weten we. En zeker onze ziel niet.’ (Heimweeën p. 36-37)