Dingen die nooit gebeuren
“Wonderen bestaan niet.” Moeten wonderen dingen zijn die nooit gebeuren, die onmogelijk kunnen gebeuren? Is het jaarlijkse ontwaken van de bodem in de lente geen wonder? De eerste krokussen? De eerste bijen? De eerste zonnestralen na een koude donkere nacht? De eerste zwaluw na een lange mistroostige winter? De boerenzwaluw die komt nestelen boven de grote ronde stamtafel van café Het Verdronken Land in Emma, hier net over de grens? Van zodra de lente zich aankondigt blijft daar één venster dag en nacht open staan. Onverstoorbaar en onvermoeibaar vliegt het kleine wonder door de sluis insecten aan naar een nest hongerige jongen. Vol vertrouwen, nog geen meter boven het hoofd van de cafégasten. Is het ook geen wonder dat, wanneer ik aankom, daar steeds iemand klaar staat om met een glimlach de bestelling op te nemen. Is er Orval? Ja, er is Orval. Ik juich van binnen. Wonderlijk! Orval vind je niet overal. In de bierstekerijen worden ze gerantsoeneerd. Ik klink en ik zet het glas aan de lippen. Orvalschuim heeft iets weg van pas geklopte room. Het smelt niet te snel weg en smaakt vol, maar dan wel bitterzoet. Wonderen zijn als dat bitterzoete schuim. Zoet zijn ze nooit. Op kermissen of in pretparken kom je ze zelden tegen. Wat je daar vindt zijn illusies, voorgeprogrammeerde tuigen. Wonderen kom je tegen op plekken of op momenten waar grenzen kunnen worden overschreden, op de rand van land en water, in de schemer tussen leven en dood, op de drempel van kindertijd naar volwassenheid, in het peilen van de afstand tussen mens en vogel.
Hier maak je ‘Wonderen’ mee. Wat zijn wonderen voor jou?

Geef een reactie op Annemie Reactie annuleren