• Sinds zaterdag 8 maart is Hof ter Walle opnieuw permanent bewoond. Twee ooien van het schapenras Castlemilk Moorit hebben de belangrijke taak gekregen het gras op de site kort te houden. De keuze voor Castlemilk Moorit-schapen is eerder toevallig, maar wel van het genre ‘gelukkig toeval’. Ik zocht al een tijdje hulp bij het maaien. Het raaigras groeide sneller dan ik kon maaien met de zeis en er stond nog veel andere werk te trappelen. Ik raakte aan de praat met de eigenaar van een kleine kudde bijzondere schapen. Resistentie tegen heel wat ziekten, het jaar rond buiten in de wei en niet kieskeurig wat eten betreft: dat bleken doorslaggevende argumenten. Ooien van het ras Castlemilk Moorit hebben blijkbaar ook een goed moederinstinct. Bij dit ras dragen niet alleen de rammen hoornen. Castlemilk ooien verdedigen zichzelf en hun lammeren fanatiek. Een bezoek aan de kudde gaf de doorslag. Wat een mooie dieren waren dat! Eigenaar Carlo wees naar de hoornen van ooien, lammeren en de indrukwekkende ram en vermeldde langs zijn neus weg dat het ras een kruising is met de wilde mouflon. Er is geen rechtstreeks genenmateriaal gevonden van de wilde mouflon blijkt echter uit wetenschappelijk onderzoek. De meeste gedomesticeerde schapenrassen stammen af van dit dier, maar dat gebeurde al enkele duizenden jaren terug in Anatolië of in de Kaukasus. Het Castlemilk Moorit schaap is recenter. Het ras is sinds de jaren 20 van vorige eeuw op het kasteeldomein van Castle Milk bij Lockerbie in Schotland gekweekt uit de robuuste schapenrassen Shetland, Soay, Manx-Loaghtan en Wiltshire Horn. Meer info vind je hier. Het toevoegsel ‘moorit’ zou het Schotse woord zijn voor ‘roodbruine wol’. De diertjes zijn nu tien maanden oud en stellen het wel. Ze hebben nog geen naam. Zie dit als een oproep. Suggesties zijn welkom! Ik bedank ook mijn broer voor het gratis ter beschikking stellen van een verplaatsbare afrastering en bijbehorend materiaal. Hij heeft zelf jarenlang Vlaamse melkschapen gehouden. Mocht ik die Schotse lassies niet zijn tegengekomen dan waren het wellicht de Kempische meiden geworden.

    Hof ter Walle wil een levend heemerf zijn. Niet alleen schapen horen daarbij als levende grasmaaiers. We streven een circulair systeem na, waar alle handelingen en grondstoffen het ecologisch boerderijweefsel voeden en versterken. Tijdens de wintermaanden lieten we de bodem van de moestuin en bloementuin rusten. In de herfst hebben we een beschermende en voedende mulchlaag aangebracht. We gebruikten daarvoor wat achtergebleven was na een vruchtbare zomer: oud stro, compost en gehakseld hout. Graszaad en ander aangewaaid zaad krijgt zo geen kans om te wortelen én de bodem wordt verrijkt, zodat groenten en plantgoed in het nieuwe jaar betere kansen krijgen. Een mulchlaag beschermt ook de opruimers en verrijkers in de bodem tegen koude en mogelijke vijanden. Waar de moestuin nog in ontwikkeling is, ligt er sinds vorig jaar worteldoek. Het worteldoek heeft ondertussen de grassen en de graswortels verstikt. Zo moet de bodem na wegname van het doek slechts minimaal worden bewerkt. In een permacultuurtuin is een gezond bodemleven de basis voor alles. Met de woelvork wordt de bodem minimaal verstoord en de aangevoerde compost zal de op deze plekken dichtgereden kleipoldergrond luchtiger maken. Daarover later meer.

    Op de foto’s kan je ook de andere werken zien. In december en januari werden twee wilgen geknot. Knotwilgen maken deel uit van ons traditioneel boerenlandschap. Deze polderbakens zijn extreem nuttig. Zij zuigen overtollig water op en dienen als windbrekers. Om de bomen robuust te maken is knotten ideaal. Een wilg maakt zelfs nog nieuwe takken wanneer hij geveld ligt. Vandaar ook de naam: schietwilg. Het knotten is echter ook nodig omwille van goed nabuurschap. In het aangrenzende natuurgebied kunnen zeldzame weidevogels als grutto en kievit nestelen zonder dat een ekster of valk vanuit de bomen de kroost belaagt. Het hout is gebruikt voor noodzakelijke windschermen. In de polder is de wind een van de grootste boosdoeners. Niet alleen het dak van de schuur werd er in het verleden aan geslachtofferd, maar ook de vorig jaar geplante statige cardoen is niet meer. Samen met dochter Gitte hebben we geknot, gevlochten en een wilgentakkenril of -wal gemaakt rond de moestuin. En dat allemaal met handzagen, bijlen en enkele blaren op onze handpalmen. In februari werd een deel van het riet gemaaid. Een deel daarvan dient sindsdien als bodembedekking voor de schapenstal. Het maaiwerk van zeis en schapen zal nu zienderogen vorderen. Weldra hebben we weer uitzicht op de polder én op een vruchtbaar voorjaar! Wordt vervolgd.

    Twee schaapjes op het land
    Ze zijn pas uitgeladen
    Ze kijken in het rond
    'Wat zijn ze met ons van zins?'

    Ze zoeken in het gras
    We maken mooie foto's
    Ze schudden met hun kop
    Hun baasje heet De Vriendt

    Twee schaapjes op het land
    Ze zijn nu uitgelaten
    Ze lopen vrolijk rond
    zo heerlijk als een prins

  • In deze reeks geef ik achtergronden bij de hybride oorlogen van deze tijd. Ze zijn ‘hybride’ omdat het oorlogen zijn die niet eenduidig zijn te herleiden. Deze oorlogen breken niet uit. Zij zijn er al lang voor er één schot is gelost. Ze ontstaan uit een kluwen van sentimenten, ideeën, oorzaken en opportuniteiten en zijn nooit de schuld van één man, van één partij, van één kant. Eenmaal de oorlogslogica zich heeft genesteld in harten, vuisten en koppen, zijn deze oorlogen nog maar moeilijk te stoppen. We lossen deze oorlogen niet op door louter te beschuldigen. Laat ons beginnen met hun voedingsbodem om te spitten. In deze eerste aflevering bekijken we waar de oorlog in Oekraïne is begonnen. En dat is het verre Rome.

    Ik begon Slavistiek en Oost-Europakunde te studeren op het moment dat de Sovjetunie op zijn laatste benen liep eind jaren tachtig van vorige eeuw. Dat werd toen nog door weinigen begrepen, maar toch deed ik toen al koerierdiensten voor de Russische ondergrondse oppositie en kreeg op die manier een uniek beeld van het echte Rusland. In 2000 kwam Vladimir Poetin aan de macht. Ik wilde al lang een doctoraat maken over de staatsraison van Rusland –  het Russische Messianisme – en dit leek me het juiste moment, want achter deze door de geheime dienst KGB opgeleide man zag ik de schaduw groeien van een nieuw Rusland, niet een Westers en liberaal Rusland, dat zijn grondstoffen goedkoop zou delen met de wereld, maar een gekwetst imperiaal Rusland, dat zijn stomp geworden klauwen aan het scherpen was. De Universiteit van Gent zag hier het nut niet van in. Ik schreef dan maar dit referaat en ging ’s morgens terug naar de bibliotheekbalie, waar ik beduimelde romannetjes en strips aanpakte en terugzette op het rek.

    Poetin en het Russisch Messianisme werd geschreven in de herfst van 2000, maar geactualiseerd voor TeKoS in 2022, toen het duidelijk werd dat de oorlog in Oekraïne escaleerde en het Russisch messianisme zijn ware gelaat liet zien.

  • Je kan nog stemmen tot donderdag 14 november. Kan ik rekenen op je stem?

    ‘Heimweeën’ laat de hartenklop zien van een bedreigde streek. Lees mee.

    ‘Juni 2006. Dit jaar gaat de processie uit op zondag 20 juni. Ik heb Maurice beloofd mee op te stappen. Maurice is ‘sjampetter’, veldwachter, en is daarom een notabele van het dorp en dus lid van de Kerkfabriek. Het is een bevreemdend tafereel, zo’n processie. Niet zozeer ‘uit de tijd’. Veeleer ‘buiten de tijd’. Zo’n veertig mensen met flambouwen in de handen lopen in twee rijen achter de kerkvlaggen. De pastoor zit in een rolstoel. De oude man is dodelijk ziek. Hij houdt de monstrans stevig omkneld op zijn schoot. Hij doet me denken aan een schipper die met de moed der wanhoop z’n schamele boot stuurvast door de woelige golven van een losgeslagen tijd op koers tracht te houden. Hij kijkt stuurs voor zich uit en beweegt zijn benige hand telkens als hij een kind ontwaart. ‘Kom ne keer hier!’ zegt zijn wiebelende middelvinger. De kinderen lopen voorbij en merken hem niet eens op. In betere tijden duwden ouders hun kinderen naar de man met de groene kazuifel, opdat hij hen zou zegenen. Die tijden zijn voorbij. In de wekelijkse eucharistieviering zie je maar weinig kinderen. Dat is in Doel niet anders dan elders in Vlaanderen. Toch zie ik kinderen lopen in de processie: kinderen van landbouwers en twee gasten van een devote familie uit Oost-Europa, vluchtelingen. Kinderen van het land samen met kinderen zonder land. In Doel is dit onderscheid maar klein, als je begrijpt wat ik bedoel. Voor de rolstoel van de pastoor uit zweeft Onze-Lieve-Vrouw van Doel op de schouders van vier vrouwen van Doel. Een prachtig gebruik, en meer dan symboliek. Pas wanneer de laatste vrouw van Doel haar dorp de rug zal toekeren, zal het gedaan zijn met deze gemeenschap. Maar dat gebeurt niet, integendeel. De vrouwen van Doel – en vooral de vrouwen van Doel2020 – zijn het geheime wapen in de overlevingsstrijd van ons dorp.
    Onze-Lieve-Vrouw van Doel is een merkwaardig geval. Volgens de overlevering heeft ze drie keer Doel en de polder behoed voor groot onheil. In 1682, tijdens een verschrikkelijke storm, brak de dijk aan het Grote Gat door, daar waar nu het Deurganckdok ligt. Heel de polder van Doel stond onder water, behalve het dorp, want de Verkortingsdijk – nu verdwenen onder het zand – hield stand. In een mum van tijd werd het gat gedicht en als dank bouwden de Doelenaars een kapel voor Onze-Lieve-Vrouw van Doel. De kapel is tijdens de laatste oorlog vernield, maar de pastoor had gezworen hem herop te bouwen wanneer Doel geen burgerslachtoffers zou te betreuren hebben. En zo geschiedde. Tijdens de Grote Watersnoodramp van 1953 liep het Scheldewater al bijna over het dijkhoofd, toen het plots begon te zakken. Aan de andere kant van de Schelde – op Nederlands grondgebied – was een dijk bezweken. Met de moed der wanhoop hadden de mensen van Doel uren aan een stuk zandzakjes gevuld en de dijk verstevigd. Het leek een hopeloze strijd, maar de inzet van deze honderden mensen werd beloond. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Doel bestookt met Duitse V1-raketten. Het doel was niet het dorp Doel, maar het Britse afweergeschut dat hier gevestigd was om Antwerpen en de haven te beschermen. Weten ze dat nog wel in die middens? Op een mistige dag in de laatste dagen van de oorlog viel één van de bommen midden in het parkje van Doel. Daar – naast het kapelletje van Onze-Lieve-Vrouw van Doel – was het kampement van de Engelsen. De bom ontplofte niet. En nog elk jaar in juli herdenkt het Engelse leger deze wapenfeiten met een groet aan het Britse monument op de dijk.
    De Confrerie van Sint-Cornelius heeft eeuwenlang deze processie georganiseerd. Sint-Cornelius is de beschermheilige tegen stuipen, vallende ziekte, zenuwaandoeningen en ‘qualycke saecken’. Doel kan zijn hulp wel gebruiken, want ‘qualycke saecken’ zie ik hier genoeg.
    Op het einde van elke processie speelt de fanfare ‘Zie ginds komt de stoomboot’. Alle dorstigen stomen daarop naar Doel 5. Maurice glundert en ook de ogen van Marleen lichten op. Doelenaars drinken graag een pint. De klarinetten, trombonen, trommels en de bombardon zorgen nog enkele uren voor jolijt, tot ze met zachte dwang worden buitengezet door Sheila, de waardin. Ook dat is traditie.’ (Heimweeën p. 91-93)

    Schaf op tijd je exemplaar van Heimweeën aan voor onder de kerstboom…

  • Het volle leven …

    Het volle leven …

    ‘… De hoeve staat in de Oud Arenbergpolder aan de rand van het natuurgebied De Putten, een weidelandschap tussen de dijken waar tot in de zeventiende eeuw turf werd gestoken en dat sindsdien maar weinig is veranderd. Het gebied wordt gevoed door zilt kwelwater en huist naast allerlei weide- en watervogels, zeldzame planten als greppelrus, schorrenzoutgras en blauw kweldergras. Achter de dijk ligt een uitgestrekte plas. In de jaren 70 is die uitgegraven om de talud van de expressweg te voorzien van voldoende zand. De plas is bij weinigen bekend. We kunnen er uren ravotten in het water zonder gestoord te worden door pottenkijkers. In de zomer van 1988 nodig ik er mijn vrienden uit voor een feestje. Ik word 21 jaar. We dragen er een paar bakken bier heen en dompelen die onder water. De flessen worden onder water ontkurkt, opgeduikeld en koel aan onze lippen gezet. De zomerhitte wordt weg gezwommen en gedronken. We hebben ons paradijs gevonden in eigen land. We zitten vol wilde ideeën en ontginnen een akker als gemeenschappelijke moestuin. De sla en de wortels worden gedecimeerd door de talrijke konijnen en watervogels, maar dat kan ons niet tegenhouden. We delen de rijkdom graag. Onder het gebinte van de oude schuur op het erf houden we onze polderoogstfeesten. De schrale oogst wordt binnengereden op een boerenkar. Er wordt soep gemaakt en de bierflessen wachten in grote teilen water. De boerenkar wordt naar een hoek van de schuur gereden en doet daar dienst als podium voor de volksmuzikanten van ons eigen polderorkest. We dansen polka’s, bourrees, scottishen en walsen de nacht om. De lichtkransen in de nok van de schuur geven het feest een feeërieke sfeer. Het is als een schilderij van Bruegel, maar dan echt, met jongeren die dit zelf hebben uitgevonden, mocht het nog niet bestaan hebben. Voor ons zijn de eeuwen tussen Bruegel en nu onbestaande. Dit is onze identiteit, het volle leven.

    De haven is ver weg. We weten niet dat haar weeën maar even gestopt zijn. Het oude plan om de Scheldebochten te vermijden met een Baalhoekkanaal dat deze streek zou vernietigen is net opgedoekt, maar nieuwe plannen voor containerterminals broeden al in de hoofden van de machten. Zij zien deze streek met haar polders, plassen, geulen en oude boerderijen als een wingewest, als een leegte die gevuld moet. Wanneer op een van onze jaarlijkse polderoogstfeesten enkele vrienden van vrienden de schuur binnenwandelen langs de lage knechtendeur en opgenomen worden in een wervel van vriendschap en ongecompliceerd plezier van volksdansende en musicerende jongeren onder een gewelf van eeuwenoude balken, willen ze het feest afhuren voor de prestigieuze serviceclub waarvan zij het bestuur uitmaken.

    -“Hoe bedoelt u?” vragen we verbaasd. -“Wel, gewoon, doe dit voor onze leden, gewoon, zoals jullie nu doen en laat onze mensen daarvan meegenieten!? Dit is authentieker dan Bokrijk. Wat een sfeer hangt hier!” -“Maar dit is ons feest, het is geen toneelstukje hoor!” -“Jaja, maar we betalen ervoor. Noem ons jullie prijs. We betalen wat jullie vragen!” We schudden onze hoofden, lachen schuchter en verbergen ons achter ons bierglas. Niet alles is te koop, weten we. En zeker onze ziel niet.’ (Heimweeën p. 36-37)

  • Op zondag 4 augustus signeer ik Heimweeën op de Boekenmarkt 2024 in Hof ter Welle (Anna Piersdreef 2, 9120 Beveren), van 10 tot 18u. De eerste 10 kopers krijgen een unieke boekenlegger.

    Op zondag 11 augustus signeer ik Heimweeën in Lillo Boekendorp (Kazerneplein 2040 Lillo) van 10 tot 17u. De eerste 10 kopers krijgen een unieke boekenlegger met droogbloemen uit Hof ter Walle.

    Op zondag 18 augustus signeer ik Heimweeën tijdens de 48ste Scheldewijding en Doelse Feesten aan De Doolen (tussen 13u en 15u). De eerste 20 kopers krijgen een unieke boekenlegger met droogbloemen uit Hof ter Walle.

    Op zondag 18 augustus tijdens de 48ste Scheldewijding en Doelse Feesten leid ik een erfgoedwandeling, begeleid op trekzak door Diederik Timmermans. Het evenement is gratis. We verzamelen om 11u aan de kerk van Doel.

    Andere data worden nog meegedeeld.

  • Als je rust toelaat in je tuin en alles laat samenwerken, zijn er wonderen mogelijk. Wat wij wonderen noemen, maar gewoon natuur is. Samen met mijn dochter wil ik deze idee tot wasdom laten komen in de polder. Rust en kalme werkzaamheid, samen met de natuur. Wonen in de natuur. Leven in erfgoed. Een rustpunt naast de haven.
    “De waarde van het historische Hof ter Walle ligt er onder meer in dat het een vertegenwoordiger is van een tijdperk dat – slechts schijnbaar – achter ons ligt. De voetsporen van de laatste boer zijn nog zichtbaar in de klei. Respect voor zijn persoon en werk is daarom maar normaal. Juist de uniciteit en authenticiteit van deze hoeve opent een ganse wereld voor ons. Hof ter Walle is een poort, een taal die ons doet communiceren met (mensen uit) een vroeger tijdperk. Deze communicatie is pas echte communicatie wanneer het unieke van het gebouw wordt gerespecteerd. De verleiding bestaat dit gebouw geschikt te maken voor zijn nieuwe functie als publieksruimte, of dat nu museum, expositieruimte of natuureducatief centrum is. Om zo’n publieksruimte te realiseren is er elektriciteit, water, toiletruimte en misschien een harde ondergrond nodig. Het is onmogelijk aan al deze voorwaarden te voldoen – zelfs al maak je een glazen vloer zoals boven de historische rails van Tour & Taxis – zonder het unieke karakter van dit gebouw te verliezen en dus ook zijn unieke waarde als poort tot dat schijnbaar verloren tijdperk.
    In de erfgoedwereld is de context even belangrijk als het object zelf. De context in Hof ter Walle houdt ook in: het behoud van de authentieke sfeer. In een hoeve is de geur van houten balken en stof op die balken, de geur van gemaaid hooi, stro en koeien en paarden op stal een essentieel gegeven. Geur is een directer herinneringsinstrument dan het oog. De geur is het ‘oudste’ zintuig en het meest hardnekkige. Ouderen met dementie herkennen familieleden soms enkel via hun lijfgeur. Een geur kan ons plots leiden naar een vergeten herinnering uit onze kindertijd.
    In het gelauwerde Ieperse museum ‘In Flanders Fields’ zijn geuren – van mosterdgas en rook – prominent aanwezig en niet alleen voor de sensatie. Wil men van Hof ter Walle een poort maken tot het échte verleden – geen gereconstrueerd verleden – dan worden deze elementen best meegenomen in het verhaal van herbestemming. Hof ter Walle is daar uitermate voor geschikt. In het woonhuis kan een conciërgegezin wonen. Financieel en inhoudelijk is dit een voordelige operatie voor alle belanghebbenden. Het conciërgegezin verzorgt de erfdieren, vult de mestvaalt aan, onderhoudt de heemtuin, maait het gras, keert het hooi en tast dit op in de schuur. Kleinschalig natuurlijk, om het nabijgelegen natuurgebied niet te verstoren. Kleinschaligheid doet wel enigszins geweld aan de schaal van vroeger dagen: Hof ter Walle was een rijke hoeve en de schuur was één van de grootste in de polder. Om dit tot zijn recht te doen komen kan je in de schuur het rijke leven op de boerderij uitbeelden. De knechtenkamer wordt in haar oorspronkelijke staat hersteld. Op de tas ligt er hooi en stro, op de grond modder, stof, zand, stro of mest. Kasseien zijn kasseien, plassen zijn plassen, vuil is vuil. In de schuur staat het alaam waar het moet staan. Er is een wagenhok en soms wordt de kar de schuur ingereden voor aangepaste evenementen. Het graan wordt gedorst op de dorsvloer. Kinderen kunnen ravotten op de hooizolder. Deelname aan boerderijactiviteiten wordt voortdurend aangeboden: kruiwagens mest verrijden, de dieren voederen, de moestuin wieden… Dit alles om de totaalervaring niet te verliezen, de toegang tot het verleden open te houden, zo onmiddellijk mogelijk. De ‘bemiddeling’ staat zoveel mogelijk los van gebouwen, gebruiken, dagelijks leven en de verhalen, die zo ‘onmiddellijk’ als mogelijk worden aangeboden. Stof en kaf in de schuur, dood in de stal, tranen in een verhaal… zijn een wezenlijk onderdeel van het geheel! De onmiddellijkheid maakt het mogelijk dat er een sfeer van authenticiteit – heimelijkheid – wordt gecreëerd, waarin de ene bezoeker zich thuis voelt, de ander waarschijnlijk niet. Hij houdt er misschien een ongemakkelijk gevoel aan over. Dit is een uitdaging die moet aangegaan worden. Hof ter Walle is geen Disneyland. De polder is geen tropisch eiland. De winter is er hard. Het verhaal wordt verteld dicht bij de stoof, maar is daarom des te indringender. Het doet je nadenken over waar we vandaan komen… en daar gaat het om.”

    Twaalf jaar geleden formuleerde ik deze droom. Twaalf jaar geleden, toen een
    ingestorte schuur en een verlaten erf plots beschermd waren bij ministerieel decreet. De feniks zou geen feniks zijn, mocht hij niet uit zijn as kunnen
    oprijzen. Het is vreemd en wondermooi om te zien dat het leven je kansen geeft. Het is nooit te laat. Ik verheug me al op de dag dat de boerenzwaluwen de stallen weer zullen invliegen. Ook zij keren terug. (Heimweeën, laatste bladzijde)

  • De Doolen, Engelsesteenweg 8, DOEL

    Zondag 19 MEI van 14 tot 17u

    Maak Heimweeën en de nieuwe groteske satire – of is het een sprookje? – Odelen aan de Deelsch mee in het hart van Doel. Tijdens deze gezellige middag kan je ook genieten van de verhalen van mijn goede vriend Carl Van Dyck. Wij brengen afwisselend fragmenten uit ons literair universum en worden regelmatig brutaal onderbroken door doedelzakken, trekzakken en gezang van onze Vrijbuiterbende. Het zal alleen stil zijn wanneer wij allen tegelijk een teug nemen uit een diep glas gevuld met streekbier. Er zal dus altijd iets te beleven zijn. U kan er ook mijn boek – gesigneerd – meenemen naar huis. Maar niet alleen mijn boek. Ook vele andere, want in een belendend lokaal gaat onze jaarlijkse boekenmarkt door. Onbeduimelde nieuwe en beduimelde stokoude werken worden daar aangeboden voor een habbekrats. En waarom maak je geen wandeling door het dorp of breng je een bezoek aan ons prille voedselbos/herinneringsbos. Komt allen naar de gezellige haard van verzet, De Doolen, in Doel! Voor alle leeftijden (behalve sommige dranken). Er is een afgesloten speelplek voor kinderen (ook van alle leeftijden).

    Literaire Lezing / gratis / Doel / Heimweeën / Ertsberg

  • Erfgoeddag 2024 op zondag 21 april… Dit jaar kan je Atelier De Nijs en het restauratieproject rond de schooltjalk Ortelius bezoeken (Pastorijstraat Doel) tussen 10 en 16u30. Ook het 17de-eeuwse Hooghuis is te bezichtigen. Ik signeer mijn boek Heimweeën vanaf 16u in De Doolen (Engelsesteenweg 8) bij de stoof en een Orval. Meer info over andere projecten rond erfgoed en herstel van de historische polder vind je op www.koesterdoel.be.


    Erfgoed is een mensenrecht!

    Conventie van Faro

  • Begin april op Hof ter Walle: de winter laat zijn staart zien. Hevige zuidwestenwind – of is het nu toch noordwestenwind? – brengt de eerste zwaluwen naar de polder. De composthoop heeft een huisje gekregen en met enorme ramen die we vonden in de hangar maken we een koude kas. Langzaam maar gestaag wordt deze plek een paradijsje. Dank jullie voor de hulp Carl, Gerlinde, Jan, Thomas, Hendrik en Olivier. Johan & Gitte