There is a crack in everything. That’s how the light gets in. (Leonard Cohen)

Hof ter Walle staat in de steigers. De restauratie is eindelijk begonnen. Ondertussen gaat het Heemerf Hof ter Walle haar derde jaar in. De winter is geen tijd van rust hier. Onder en boven de grond wordt een nieuwe lente en een heerlijke zomer voorbereid. Geniet alvast van deze terugblik…

Schoonheid is een lach doorheen tranen. Schoonheid is …

“Doel spreekt tot de verbeelding, ondanks haar schamel voorkomen. Of net door haar schamel voorkomen. Dat maakt haar uniek, doorleefd, niet eenduidig. De schamelheid van het dorp is het resultaat van verwaarlozing en aanranding, maar deze getekendheid maakt integraal deel uit van de identiteit van het dorp. Het geeft het dorp een ongekende intensiteit. Het verontrust. Je ogen gaan schichtig heen en weer. Tussen afbrokkelende baksteen ontwaar je onverwachts een volwassen appelboom, getooid met een weelderige appelbloesemkroon. De schoonheid kiert overal naar buiten. Leonard Cohen omschreef het al in zijn lied Anthem: ‘There is a crack in everything. That’s how the light gets in’.

opkamer Hof ter Walle

‘Schoonheid’ is dus allerminst een synoniem voor ‘gaafheid’. Schoonheid is het patina van een berookt plafond. Schoonheid is de nieuwe bast over het litteken van een afgewaaide tak. Schoonheid is een lach doorheen tranen. Schoonheid is een regenboog op een druilerige ochtend. Schoonheid in Doel is op de dijk staan en de zee van daken zien golven, met aan de overzijde een scheve kerktoren als boei. Schoonheid in Doel is de stilte en het gekwetter van de zwaluwen die langs je oren scheren en verdwijnen in hun metselnestje onder de klif van het gemeentehuis. Schoonheid in Doel is een wolk de horizon zien raken, met niets daartussen, geen huizen, gewoon een witgroene streep. Schoonheid in Doel is een vers geploegde akker zien schitteren in de zon: de aardschollen als zilverstaven uitgestald. Die schoonheid opmerken doet je anders zien, doet je dromen, doet je iets, doet je veel. Wanneer je doorheen alledaagsheid en lelijkheid schoonheid ziet, overvalt je een gevoel van verwondering en ontzag.” (Heimweeën, p. 251-252)


En noteer alvast deze twee data: op zondag 25 januari geef ik een lezing in Sint-Niklaas en op zondag 1 februari is de volgende wandeling rond den Hof. Meer info vind je hier.

Alle medewerkers, bezoekers en supporters wens ik een zalige zonnewende!

Johan

Voel je thuis en wandel mee!

Vakantie: tijd om op te laden! En de meeste mensen haasten zich naar een plek ver weg van thuis. Vreemd toch? Vanaf september kan je met me meewandelen in de polder rond Hof ter Walle. Je vindt meer info verder in dit bericht.

Mamaatje, Tanteke en Brammeke, bewoners van Hof ter Walle

Later I am taught a word by a famer’s wife. Hiraeth. The Welsh say it is untranslatable. It means a sort of longing, a gravity-pull from home, or the idea of home, or the idea of a memory or feeling of a place. (Sarah Langford, Rooted. How regenerative Farming Can Change the World, 2022)

Vakantie: tijd om te lezen. Ik lees het getuigenis van Sarah Langford. Door pech werd zij met haar partner en twee kleine kinderen gedwongen het dure Londen te verlaten, terug naar de voorouderlijke hoeve in Suffolk. Van de ene dag op de andere had de advocate de toga uit en de laarzen aan. ‘Boeren’ ligt nog steeds niet aangenaam in de mond, maar het krijgt langzaamaan toch weer meer smaak, mede door boeken als dit. Een passage en ik vertaal het oorspronkelijke Engels: ‘ Terwijl ik het landschap om me heen een nieuwe oogstcyclus zie doormaken, begin ik te vermoeden dat we geschapen zijn om ons te verbinden met de plekken om ons heen, in het bijzonder met de natuur. Dat ook wij – net als planten en bomen – de behoefte voelen om ons in het land te wortelen en een plek en verbinding voor onszelf op te eisen, zelfs als het land niet van ons is. Het land eist ons op haar beurt ook enigszins op. We hoeven er niet geboren te zijn om ons zo te voelen, om een plek niet van jongs af aan te kennen. Ik vraag me soms af of dit gevoel een echo is van iets dat we ooit allemaal gemeen hadden – lang vóór de industrialisatie begon, lang voor we allemaal weg gingen willens of nillens, wanneer we tegen onze wil uit ons huis werden gehaald: een gevoel van diepe verbondenheid met de natuur, omdat die ons alles kan bieden wat we nodig hebben: voedsel, onderdak, leven, begrip.’

WANDEL MEE ROND HOF TER WALLE
Een namiddag erfgoed, natuur, landbouw, strijd én lekkers in de polder rond Doel op zondag 21/09/2025, 30/11/2025, 01/02//2026, 26/04/2026, 28/06/2026.

Ik leid jullie rond op de plekken waar Heimweeën en Wonderen bevochten en geschreven zijn. We wandelen langs oude en nieuwe landschappen, met eindeloos mooie en ook enkele lelijke zichten, langs zeedijken, wateringen, oude zandwegen, een muzikale kapel en het meest iconische boerenerfgoed van de polder. We leren de decennialange strijd voor het behoud van de streek kennen, want iedereen weet wel iets over de overlevingsstrijd van het dorp Doel, maar weinigen weten dat niet alleen het dorp, maar heel de polder bedreigd was en het er ook vandaag nog niet allemaal koek en ei is. We genieten van natuur, erfgoed en oude en nieuwe landbouwtechnieken. Wat is ‘kwel’? Waarom heeft een dijk een zoete en zoute kant? We leren meer over de vogels en de planten in de polder. We verbreden onze horizon. Wat is natuur? Hoe kan natuur en landbouw samen bestaan? Hoe breng je erfgoed tot leven? Hoe kan jij daar aan deelnemen, toe bijdragen en er zelf van genieten? We sluiten af met een natje en een droogje uit de Heemtuin van Hof ter Walle, met op de achtergrond een concert van grutto’s, kikkers of ganzen, afhankelijk van het seizoen natuurlijk. Misschien zien we zelfs een feniks.

  • Een namiddag erfgoed, natuur, landbouw, strijd én lekkers in de polder rond Doel op zondag 21/09/2025, 30/11/2025, 01/02//2026, 26/04/2026, 28/06/2026.
  • Aanvang telkens om 13u30. De vertrekplek wordt je meegedeeld. Einde is voorzien rond 16u aan Hof ter Walle (Oud Arenberg 73). Afstand: 7 km.
  • Wie met de bus komt, stapt af aan Kieldrecht kerk (op ongeveer 700 m van het vertrekpunt). De auto of de fiets kan je daar veilig achterlaten.
  • Stevige stapschoenen en kledij zijn aan te raden, maar het traject is voor elke ervaren en minder ervaren stapper gemakkelijk te bewandelen. Mensen die minder goed te been zijn, kunnen aansluiten vanaf 15u op Hof ter Walle (1,5 km van de verzamelplek). Huisdieren zijn niet toegelaten.
  • Breng je camera en verrekijker mee, maar let wel: het is geen vogelobservatie. Daar maken we wel tijd voor, maar we blijven een normaal wandeltempo behouden. Aangekomen aan Hof ter Walle kan je wel uitgebreid de vogel- en plantenrijkdom fotograferen op het erf en in het natuurgebied dat de boerderij omringt.
  • Prijs per persoon is 20 euro. Per gezin is het 30 euro. Hapje en drankje inbegrepen. Inkomsten gaan integraal naar de uitbouw van de Heemtuin op Hof ter Walle.
  • Op Hof ter Walle houden we rekening met de restauratiewerken door Herita. We gaan de gebouwen niet binnen en houden ons aan de werfvoorschriften. Daarom is deze activiteit niet aan te raden voor gezinnen met kinderen jonger dan 10 jaar.

Schrijf je hier in

Laat je naam, email adres en gegevens over datum en aantal deelnemers achter en dan stuur ik de nodige gegevens.

← Back

Je bericht is verzonden

Waarschuwing
Waarschuwing
Waarschuwing
Waarschuwing!

Op leven en dood!

En plots stond daar een lammetje. Ik had dit niet voorzien, ‘maar dat is het leven’, dacht ik toen ik was bekomen van de schrik. Toen ik het erf op kwam, waren moeder en kind nergens te zien. Er stuiterde slechts één ooi in de wei, nog meer opgewonden dan anders, met bokkensprongen, flapperende oren en pathetisch gebleit, zoals schapen dat doen in een tekenfilm. Ik vreesde dat de andere ooi was gestolen of – erger nog – met afgesneden kop in een plas bloed was achtergelaten. Op zo’n momenten merk je aan de reflexen van je lichaam dat je diep van binnen al lange tijd op de toppen van je tenen loopt. Hoewel je weet dat deze dieren beter voorbereid zijn op het leven dan jij, verwacht je het ergste. Wat kan er allemaal niet gebeuren op een afgelegen boerderij die in de wijde omtrek enkel gekend is als ruïne? Toen ik hier toekwam – drie-en-een-half jaar geleden – was de plek een ravage: hoeve, erf en tuin. Ik ben niet iemand die wacht op het initiatief van overheden of andere verantwoordelijken. In het Ommelandverbond staat Hof ter Walle omschreven als een plek waar natuur, landbouw, erfgoed en bewoning een nieuw gebalanceerd huwelijk aangaan. Dat had ik zelf zo onderhandeld. Het lot gaf me de mogelijkheid om het ook mee uit te voeren. De vorige bewoner was het afgetrapt en de antikraakfirma die het gebouw beheerde vond mij als nieuwe bewoner. Dat ik zelf al ervaring had met permacultuur en mijn jongste dochter zich aan het verdiepen was in regeneratieve landbouw en voedselbossen, bracht de kar aan het rollen. Sindsdien hebben we veel hindernissen moeten overwinnen, want wonen bleek al snel niet verantwoord. Gebrekkig beheer en verval hadden het woonhuis onbewoonbaar gemaakt. Niet getreurd: we waren hier vooral om van de tuin iets te maken. De moestuin hebben we van de oorspronkelijke plek voor het woonhuis verhuisd naar een andere plek (Zie schets).

De voortuin was een gevarieerd biotoop geworden met zeldzame en minder voorkomende planten als bijenorchis, kattendoorn, grasklokje, bosaardbei, smeerwortel, wilde pastinaak, glanshaver, biezen en wilde peen. Minder fijn was dat ook de woelratten en -muizen dit plekje heel fijn vonden. Hier startten we een maaicyclus om nog meer bloemenpracht te genereren. Met de zeis. Mijn zeis was een erfstuk. Had ik overgehouden van mijn jeugd in Tielrode. Op Hof ter Walle vond ik een tweede zeis. De overdracht uit het verleden kon niet symbolischer. Het volledige verhaal kan je lezen in mijn boek Heimweeën.

Ondertussen zijn we twee jaar verder en hebben we wat bijgestuurd. De zeis heeft hulp gekregen van twee schapen en de schapen hebben zelf voor extra hulp gezorgd. Onze gemeenschap breidt zich uit. En dat is ook de bedoeling. Een boerderij is een gemeenschap. Een gemeenschap van mensen, planten en dieren. Een boerderij zonder dieren en zonder gewassen is een ruine … of een fermette. Zelfs na de beste restauratie. De essentie van een boerderij is een cyclus, zoals in de natuur. Een boerderij is nooit louter een winst- of verliespost. Twee schapen heb ik gekocht. Van twee ging het naar vier en van vier terug naar drie. En bij drie zal het niet blijven, want Brammeke het rammeke zal in augustus Bram de Ram worden. En dan zal hij bij moeder en tante vandaan moeten of… En Faun zal je nooit zien dartelen, want na één dag en één nacht rust zij nu voor eeuwig in de vacht van Moeder Aarde. Maar zij is er nog. Zoals alles. Alles vloeit over in elkaar, in eeuwige wederkeer.

Castlemilk Moorit Schapen op Hof ter Walle

Sinds zaterdag 8 maart is Hof ter Walle opnieuw permanent bewoond. Twee ooien van het schapenras Castlemilk Moorit hebben de belangrijke taak gekregen het gras op de site kort te houden. De keuze voor Castlemilk Moorit-schapen is eerder toevallig, maar wel van het genre ‘gelukkig toeval’. Ik zocht al een tijdje hulp bij het maaien. Het raaigras groeide sneller dan ik kon maaien met de zeis en er stond nog veel andere werk te trappelen. Ik raakte aan de praat met de eigenaar van een kleine kudde bijzondere schapen. Resistentie tegen heel wat ziekten, het jaar rond buiten in de wei en niet kieskeurig wat eten betreft: dat bleken doorslaggevende argumenten. Ooien van het ras Castlemilk Moorit hebben blijkbaar ook een goed moederinstinct. Bij dit ras dragen niet alleen de rammen hoornen. Castlemilk ooien verdedigen zichzelf en hun lammeren fanatiek. Een bezoek aan de kudde gaf de doorslag. Wat een mooie dieren waren dat! Eigenaar Carlo wees naar de hoornen van ooien, lammeren en de indrukwekkende ram en vermeldde langs zijn neus weg dat het ras een kruising is met de wilde mouflon. Er is geen rechtstreeks genenmateriaal gevonden van de wilde mouflon blijkt echter uit wetenschappelijk onderzoek. De meeste gedomesticeerde schapenrassen stammen af van dit dier, maar dat gebeurde al enkele duizenden jaren terug in Anatolië of in de Kaukasus. Het Castlemilk Moorit schaap is recenter. Het ras is sinds de jaren 20 van vorige eeuw op het kasteeldomein van Castle Milk bij Lockerbie in Schotland gekweekt uit de robuuste schapenrassen Shetland, Soay, Manx-Loaghtan en Wiltshire Horn. Meer info vind je hier. Het toevoegsel ‘moorit’ zou het Schotse woord zijn voor ‘roodbruine wol’. De diertjes zijn nu tien maanden oud en stellen het wel. Ze hebben nog geen naam. Zie dit als een oproep. Suggesties zijn welkom! Ik bedank ook mijn broer voor het gratis ter beschikking stellen van een verplaatsbare afrastering en bijbehorend materiaal. Hij heeft zelf jarenlang Vlaamse melkschapen gehouden. Mocht ik die Schotse lassies niet zijn tegengekomen dan waren het wellicht de Kempische meiden geworden.

Hof ter Walle wil een levend heemerf zijn. Niet alleen schapen horen daarbij als levende grasmaaiers. We streven een circulair systeem na, waar alle handelingen en grondstoffen het ecologisch boerderijweefsel voeden en versterken. Tijdens de wintermaanden lieten we de bodem van de moestuin en bloementuin rusten. In de herfst hebben we een beschermende en voedende mulchlaag aangebracht. We gebruikten daarvoor wat achtergebleven was na een vruchtbare zomer: oud stro, compost en gehakseld hout. Graszaad en ander aangewaaid zaad krijgt zo geen kans om te wortelen én de bodem wordt verrijkt, zodat groenten en plantgoed in het nieuwe jaar betere kansen krijgen. Een mulchlaag beschermt ook de opruimers en verrijkers in de bodem tegen koude en mogelijke vijanden. Waar de moestuin nog in ontwikkeling is, ligt er sinds vorig jaar worteldoek. Het worteldoek heeft ondertussen de grassen en de graswortels verstikt. Zo moet de bodem na wegname van het doek slechts minimaal worden bewerkt. In een permacultuurtuin is een gezond bodemleven de basis voor alles. Met de woelvork wordt de bodem minimaal verstoord en de aangevoerde compost zal de op deze plekken dichtgereden kleipoldergrond luchtiger maken. Daarover later meer.

Op de foto’s kan je ook de andere werken zien. In december en januari werden twee wilgen geknot. Knotwilgen maken deel uit van ons traditioneel boerenlandschap. Deze polderbakens zijn extreem nuttig. Zij zuigen overtollig water op en dienen als windbrekers. Om de bomen robuust te maken is knotten ideaal. Een wilg maakt zelfs nog nieuwe takken wanneer hij geveld ligt. Vandaar ook de naam: schietwilg. Het knotten is echter ook nodig omwille van goed nabuurschap. In het aangrenzende natuurgebied kunnen zeldzame weidevogels als grutto en kievit nestelen zonder dat een ekster of valk vanuit de bomen de kroost belaagt. Het hout is gebruikt voor noodzakelijke windschermen. In de polder is de wind een van de grootste boosdoeners. Niet alleen het dak van de schuur werd er in het verleden aan geslachtofferd, maar ook de vorig jaar geplante statige cardoen is niet meer. Samen met dochter Gitte hebben we geknot, gevlochten en een wilgentakkenril of -wal gemaakt rond de moestuin. En dat allemaal met handzagen, bijlen en enkele blaren op onze handpalmen. In februari werd een deel van het riet gemaaid. Een deel daarvan dient sindsdien als bodembedekking voor de schapenstal. Het maaiwerk van zeis en schapen zal nu zienderogen vorderen. Weldra hebben we weer uitzicht op de polder én op een vruchtbaar voorjaar! Wordt vervolgd.

Twee schaapjes op het land
Ze zijn pas uitgeladen
Ze kijken in het rond
'Wat zijn ze met ons van zins?'

Ze zoeken in het gras
We maken mooie foto's
Ze schudden met hun kop
Hun baasje heet De Vriendt

Twee schaapjes op het land
Ze zijn nu uitgelaten
Ze lopen vrolijk rond
zo heerlijk als een prins

Het volle leven …

‘… De hoeve staat in de Oud Arenbergpolder aan de rand van het natuurgebied De Putten, een weidelandschap tussen de dijken waar tot in de zeventiende eeuw turf werd gestoken en dat sindsdien maar weinig is veranderd. Het gebied wordt gevoed door zilt kwelwater en huist naast allerlei weide- en watervogels, zeldzame planten als greppelrus, schorrenzoutgras en blauw kweldergras. Achter de dijk ligt een uitgestrekte plas. In de jaren 70 is die uitgegraven om de talud van de expressweg te voorzien van voldoende zand. De plas is bij weinigen bekend. We kunnen er uren ravotten in het water zonder gestoord te worden door pottenkijkers. In de zomer van 1988 nodig ik er mijn vrienden uit voor een feestje. Ik word 21 jaar. We dragen er een paar bakken bier heen en dompelen die onder water. De flessen worden onder water ontkurkt, opgeduikeld en koel aan onze lippen gezet. De zomerhitte wordt weg gezwommen en gedronken. We hebben ons paradijs gevonden in eigen land. We zitten vol wilde ideeën en ontginnen een akker als gemeenschappelijke moestuin. De sla en de wortels worden gedecimeerd door de talrijke konijnen en watervogels, maar dat kan ons niet tegenhouden. We delen de rijkdom graag. Onder het gebinte van de oude schuur op het erf houden we onze polderoogstfeesten. De schrale oogst wordt binnengereden op een boerenkar. Er wordt soep gemaakt en de bierflessen wachten in grote teilen water. De boerenkar wordt naar een hoek van de schuur gereden en doet daar dienst als podium voor de volksmuzikanten van ons eigen polderorkest. We dansen polka’s, bourrees, scottishen en walsen de nacht om. De lichtkransen in de nok van de schuur geven het feest een feeërieke sfeer. Het is als een schilderij van Bruegel, maar dan echt, met jongeren die dit zelf hebben uitgevonden, mocht het nog niet bestaan hebben. Voor ons zijn de eeuwen tussen Bruegel en nu onbestaande. Dit is onze identiteit, het volle leven.

De haven is ver weg. We weten niet dat haar weeën maar even gestopt zijn. Het oude plan om de Scheldebochten te vermijden met een Baalhoekkanaal dat deze streek zou vernietigen is net opgedoekt, maar nieuwe plannen voor containerterminals broeden al in de hoofden van de machten. Zij zien deze streek met haar polders, plassen, geulen en oude boerderijen als een wingewest, als een leegte die gevuld moet. Wanneer op een van onze jaarlijkse polderoogstfeesten enkele vrienden van vrienden de schuur binnenwandelen langs de lage knechtendeur en opgenomen worden in een wervel van vriendschap en ongecompliceerd plezier van volksdansende en musicerende jongeren onder een gewelf van eeuwenoude balken, willen ze het feest afhuren voor de prestigieuze serviceclub waarvan zij het bestuur uitmaken.

-“Hoe bedoelt u?” vragen we verbaasd. -“Wel, gewoon, doe dit voor onze leden, gewoon, zoals jullie nu doen en laat onze mensen daarvan meegenieten!? Dit is authentieker dan Bokrijk. Wat een sfeer hangt hier!” -“Maar dit is ons feest, het is geen toneelstukje hoor!” -“Jaja, maar we betalen ervoor. Noem ons jullie prijs. We betalen wat jullie vragen!” We schudden onze hoofden, lachen schuchter en verbergen ons achter ons bierglas. Niet alles is te koop, weten we. En zeker onze ziel niet.’ (Heimweeën p. 36-37)

Pastinaaksoep of pastinaakvodka

De zon gaat onder. Een torenvalk hangt boven het glanshaverhooiland te bidden om prooi. Er kruipt daar beneden wat rond. Woelmuizen, veldmuizen en nog wat. Tien jaar terug was deze plek de moestuin van de boerderij. Nu is het een natuurgebiedje met zeldzame planten als kattendoorn en wilde peen. Ook pastinaak groeit hier welig. Althans in de zomer. Op dit moment is het vrij kaal, gezeismaaid. Elke keer ik er toekwam in de zomer wekte de geur van bloemen, gras en kruiden me op en vervulde me met werklust. Dat was ook nodig want onze droom om een permacultuurtuin te beginnen werd uitgedaagd. Aan de andere kant van het erf bevindt zich een cultuurhooiland met snelgroeiend productiegras. Daar begonnen we de moestuin aan te leggen, maar het was pionierswerk. Om de zware kleigrond te verfijnen vermengden we de grond met compost en gehakselde takken. Een proefperceel van enkele vierkante meters werd een groot succes. We hadden er aardbeien geplant. Aardbeien zijn kruipplanten en de uitlopers die we hadden meegebracht uit onze andere kleine stadstuin kropen en groeiden hier uitbundig. Een deel van de aardbeien smulden we zo op. Een ander deel werd uitgesteld geluk in de rumtobbe. Winters fruit met honing en rum. Heerlijk na een dag werken in de ijskou. 2023 was een tomatenjaar. Eén tomatenzaadje had blijkbaar de composteringsfase overleefd en meer dan honderd verse kerstomaten hebben we kunnen openbreken in onze mond. Ondertussen deed de mierikswortel wat hij doen moet: de grond vermalen. En vier selderplanten lieten nog tot diep in de winter zien dat ze blij waren met deze volle rijke grond. De plantjes had ik gevonden op een vensterbank van het districtshuis in Wilrijk. Achtergelaten door een onzorgvuldige stedeling na diens bezoek aan de wekelijkse markt. De oerprei van Davy van de Eetbare Bostuin, waar Gitte stage loopt, is nog pril maar is veelbelovend, want deze prei vermeerdert zichzelf. En vermeerderen blijft de boodschap. Sinds enkele maanden ligt er worteldoek rondom dit oerbed. We hebben een plek ter grootte van een klein tennisterrein afgepaald en bedekt. Het verstikte gras gaat in het voorjaar op de composthoop en de grond wordt gefreesd en klaargelegd voor nieuwe teelten. In de zomer van 2024 zal de moestuin pas echt een moestuin worden. En dat zal ook nodig zijn, want er zullen monden moeten gevoed worden. Monden van vrijwilligers die meehelpen aan de restauratie van de boerderijgebouweni en monden van bezoekers die de kans zullen krijgen een handje mee te helpen of een positief spoor achter te laten. Zo wordt het erf van Hof ter Walle een echte gedeelde samentuin en zo zal deze onmondige streek opnieuw voedsel krijgen en opleven na zovele traumatische decennia.

Certainly flowers have the easiest time on earth.

“I shall be one with nature, herb, and stone.”

Shelley would tell me. Shelley would be stunned;

The dullest Tommy hugs that fancy now.

“Pushing up daisies,” is their creed, you know.

To grain, then, go my fat, to buds my sap,

For all the usefulness there is in soap.

D’you think the Boche will ever stew man-soup?

Some day, no doubt, if . . .

Friend, be very sure

I shall be better off with plants that share

More peaceably the meadow and the shower.

Soft rains will touch me, — as they could touch once,

And nothing but the sun shall make me ware.

Your guns may crash around me. I’ll not hear;

Or, if I wince, I shall not know I wince.

Don’t take my soul’s poor comfort for your jest.

Soldiers may grow a soul when turned to fronds,

Deze verzen komen uit ‘A Terre’ van de Engelse oorlogsdichter Wilfred Owen. Owen werd tegen het einde van Wereldoorlog I behandeld voor shellshock in het Craiglockhart War Hospital. De therapie bestond daar onder andere uit het verbouwen van groenten. Deze eenvoudige methode om mensen opnieuw goed in hun vel te doen zitten was geïnspireerd door de Schot Patrick Geddes. ‘Door de gecombineerde effecten van de industrialisering en het stadsleven waren de onderlinge banden tussen de mensen en de plek waar ze woonden volgens hem verzwakt geraakt, en had dat zijn negatieve uitwerking op de maatschappelijke en individuele gezondheid niet gemist. De remedie daartegen was tuinieren, want volgens hem schiep dat een band tussen de mensen en de plek waar ze woonden.’ii Tuinieren was niet alleen een remedie voor de getraumatiseerde soldaten die uit de oorlog kwamen, maar was ook een troost voor hun kameraden die in de loopgraven de vijand afwachtten. De Amerikaanse journalist Carita Spencer keek in De Panne achter de Britse loopgraven: ‘Eerst hadden ze een moestuintje en daarna voor het mooi een bloementuintje, en daarna een kerkhofje, en daarna begon de hele reeks weer opnieuw.’iii

Wat is dat juist, die meerwaarde van tuinieren? Tuinieren brengt rust en houdt je bezig, maar tuinieren schrijft je vooral opnieuw in in de kringloop van het leven, zelfs als de dood daar deel van uitmaakt, want niet alle planten geven een oogst af. Misschien is dat het juist wat verlichting biedt: wonderen zijn niet vanzelfsprekend, maar wel altijd mogelijk, elk moment. Zorg en zelfzorg. Geduld en vertrouwen. Een plek laden met betekenis. Energie krijgen van je leefomgeving, lichamelijk en geestelijk. En wat die pastinaak betreft. Wil je er nu soep van of heb je wat geduld en drinken we volgende winter pastinaakvodka?

Ben je een organisatie of wil je gewoon met wat vrienden een toffe maar onderhoudende avond beleven dan kan je mij uitnodigen voor een lezing over Heimweeën en Wonderen met lichtbeelden. Eventueel ook met pastinaaksoep… De prijs spreken we onderling af. Mail mij op oannes2@yahoo.co.uk.

iHerita zal het beheer van Hof ter Walle op zich nemen. En dus ook de restauratie.

iiSue Stuart-Smith, Tuinieren voor de geest, De Bezige Bij, Amsterdam, 2020, p. 214

iiiIbidem, p. 207

Welkom allemaal!

Over het blog

In Veldboek volg je de groeischeuten en groeipijnen van het erf van Hof ter Walle en van het boek Wonderen. Je kan je ook inschrijven voor de nieuwsbrief met bijzondere verhalen en veel meer. De nieuwsbrief verschijnt 4 keer per jaar. Laat je email hier achter.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Ontworpen met WordPress.com