Je kan nog stemmen tot donderdag 14 november. Kan ik rekenen op je stem?

‘Heimweeën’ laat de hartenklop zien van een bedreigde streek. Lees mee.

‘Juni 2006. Dit jaar gaat de processie uit op zondag 20 juni. Ik heb Maurice beloofd mee op te stappen. Maurice is ‘sjampetter’, veldwachter, en is daarom een notabele van het dorp en dus lid van de Kerkfabriek. Het is een bevreemdend tafereel, zo’n processie. Niet zozeer ‘uit de tijd’. Veeleer ‘buiten de tijd’. Zo’n veertig mensen met flambouwen in de handen lopen in twee rijen achter de kerkvlaggen. De pastoor zit in een rolstoel. De oude man is dodelijk ziek. Hij houdt de monstrans stevig omkneld op zijn schoot. Hij doet me denken aan een schipper die met de moed der wanhoop z’n schamele boot stuurvast door de woelige golven van een losgeslagen tijd op koers tracht te houden. Hij kijkt stuurs voor zich uit en beweegt zijn benige hand telkens als hij een kind ontwaart. ‘Kom ne keer hier!’ zegt zijn wiebelende middelvinger. De kinderen lopen voorbij en merken hem niet eens op. In betere tijden duwden ouders hun kinderen naar de man met de groene kazuifel, opdat hij hen zou zegenen. Die tijden zijn voorbij. In de wekelijkse eucharistieviering zie je maar weinig kinderen. Dat is in Doel niet anders dan elders in Vlaanderen. Toch zie ik kinderen lopen in de processie: kinderen van landbouwers en twee gasten van een devote familie uit Oost-Europa, vluchtelingen. Kinderen van het land samen met kinderen zonder land. In Doel is dit onderscheid maar klein, als je begrijpt wat ik bedoel. Voor de rolstoel van de pastoor uit zweeft Onze-Lieve-Vrouw van Doel op de schouders van vier vrouwen van Doel. Een prachtig gebruik, en meer dan symboliek. Pas wanneer de laatste vrouw van Doel haar dorp de rug zal toekeren, zal het gedaan zijn met deze gemeenschap. Maar dat gebeurt niet, integendeel. De vrouwen van Doel – en vooral de vrouwen van Doel2020 – zijn het geheime wapen in de overlevingsstrijd van ons dorp.
Onze-Lieve-Vrouw van Doel is een merkwaardig geval. Volgens de overlevering heeft ze drie keer Doel en de polder behoed voor groot onheil. In 1682, tijdens een verschrikkelijke storm, brak de dijk aan het Grote Gat door, daar waar nu het Deurganckdok ligt. Heel de polder van Doel stond onder water, behalve het dorp, want de Verkortingsdijk – nu verdwenen onder het zand – hield stand. In een mum van tijd werd het gat gedicht en als dank bouwden de Doelenaars een kapel voor Onze-Lieve-Vrouw van Doel. De kapel is tijdens de laatste oorlog vernield, maar de pastoor had gezworen hem herop te bouwen wanneer Doel geen burgerslachtoffers zou te betreuren hebben. En zo geschiedde. Tijdens de Grote Watersnoodramp van 1953 liep het Scheldewater al bijna over het dijkhoofd, toen het plots begon te zakken. Aan de andere kant van de Schelde – op Nederlands grondgebied – was een dijk bezweken. Met de moed der wanhoop hadden de mensen van Doel uren aan een stuk zandzakjes gevuld en de dijk verstevigd. Het leek een hopeloze strijd, maar de inzet van deze honderden mensen werd beloond. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Doel bestookt met Duitse V1-raketten. Het doel was niet het dorp Doel, maar het Britse afweergeschut dat hier gevestigd was om Antwerpen en de haven te beschermen. Weten ze dat nog wel in die middens? Op een mistige dag in de laatste dagen van de oorlog viel één van de bommen midden in het parkje van Doel. Daar – naast het kapelletje van Onze-Lieve-Vrouw van Doel – was het kampement van de Engelsen. De bom ontplofte niet. En nog elk jaar in juli herdenkt het Engelse leger deze wapenfeiten met een groet aan het Britse monument op de dijk.
De Confrerie van Sint-Cornelius heeft eeuwenlang deze processie georganiseerd. Sint-Cornelius is de beschermheilige tegen stuipen, vallende ziekte, zenuwaandoeningen en ‘qualycke saecken’. Doel kan zijn hulp wel gebruiken, want ‘qualycke saecken’ zie ik hier genoeg.
Op het einde van elke processie speelt de fanfare ‘Zie ginds komt de stoomboot’. Alle dorstigen stomen daarop naar Doel 5. Maurice glundert en ook de ogen van Marleen lichten op. Doelenaars drinken graag een pint. De klarinetten, trombonen, trommels en de bombardon zorgen nog enkele uren voor jolijt, tot ze met zachte dwang worden buitengezet door Sheila, de waardin. Ook dat is traditie.’ (Heimweeën p. 91-93)

Schaf op tijd je exemplaar van Heimweeën aan voor onder de kerstboom…

Plaats een reactie