Als je rust toelaat in je tuin en alles laat samenwerken, zijn er wonderen mogelijk. Wat wij wonderen noemen, maar gewoon natuur is. Samen met mijn dochter wil ik deze idee tot wasdom laten komen in de polder. Rust en kalme werkzaamheid, samen met de natuur. Wonen in de natuur. Leven in erfgoed. Een rustpunt naast de haven.
“De waarde van het historische Hof ter Walle ligt er onder meer in dat het een vertegenwoordiger is van een tijdperk dat – slechts schijnbaar – achter ons ligt. De voetsporen van de laatste boer zijn nog zichtbaar in de klei. Respect voor zijn persoon en werk is daarom maar normaal. Juist de uniciteit en authenticiteit van deze hoeve opent een ganse wereld voor ons. Hof ter Walle is een poort, een taal die ons doet communiceren met (mensen uit) een vroeger tijdperk. Deze communicatie is pas echte communicatie wanneer het unieke van het gebouw wordt gerespecteerd. De verleiding bestaat dit gebouw geschikt te maken voor zijn nieuwe functie als publieksruimte, of dat nu museum, expositieruimte of natuureducatief centrum is. Om zo’n publieksruimte te realiseren is er elektriciteit, water, toiletruimte en misschien een harde ondergrond nodig. Het is onmogelijk aan al deze voorwaarden te voldoen – zelfs al maak je een glazen vloer zoals boven de historische rails van Tour & Taxis – zonder het unieke karakter van dit gebouw te verliezen en dus ook zijn unieke waarde als poort tot dat schijnbaar verloren tijdperk.
In de erfgoedwereld is de context even belangrijk als het object zelf. De context in Hof ter Walle houdt ook in: het behoud van de authentieke sfeer. In een hoeve is de geur van houten balken en stof op die balken, de geur van gemaaid hooi, stro en koeien en paarden op stal een essentieel gegeven. Geur is een directer herinneringsinstrument dan het oog. De geur is het ‘oudste’ zintuig en het meest hardnekkige. Ouderen met dementie herkennen familieleden soms enkel via hun lijfgeur. Een geur kan ons plots leiden naar een vergeten herinnering uit onze kindertijd.
In het gelauwerde Ieperse museum ‘In Flanders Fields’ zijn geuren – van mosterdgas en rook – prominent aanwezig en niet alleen voor de sensatie. Wil men van Hof ter Walle een poort maken tot het échte verleden – geen gereconstrueerd verleden – dan worden deze elementen best meegenomen in het verhaal van herbestemming. Hof ter Walle is daar uitermate voor geschikt. In het woonhuis kan een conciërgegezin wonen. Financieel en inhoudelijk is dit een voordelige operatie voor alle belanghebbenden. Het conciërgegezin verzorgt de erfdieren, vult de mestvaalt aan, onderhoudt de heemtuin, maait het gras, keert het hooi en tast dit op in de schuur. Kleinschalig natuurlijk, om het nabijgelegen natuurgebied niet te verstoren. Kleinschaligheid doet wel enigszins geweld aan de schaal van vroeger dagen: Hof ter Walle was een rijke hoeve en de schuur was één van de grootste in de polder. Om dit tot zijn recht te doen komen kan je in de schuur het rijke leven op de boerderij uitbeelden. De knechtenkamer wordt in haar oorspronkelijke staat hersteld. Op de tas ligt er hooi en stro, op de grond modder, stof, zand, stro of mest. Kasseien zijn kasseien, plassen zijn plassen, vuil is vuil. In de schuur staat het alaam waar het moet staan. Er is een wagenhok en soms wordt de kar de schuur ingereden voor aangepaste evenementen. Het graan wordt gedorst op de dorsvloer. Kinderen kunnen ravotten op de hooizolder. Deelname aan boerderijactiviteiten wordt voortdurend aangeboden: kruiwagens mest verrijden, de dieren voederen, de moestuin wieden… Dit alles om de totaalervaring niet te verliezen, de toegang tot het verleden open te houden, zo onmiddellijk mogelijk. De ‘bemiddeling’ staat zoveel mogelijk los van gebouwen, gebruiken, dagelijks leven en de verhalen, die zo ‘onmiddellijk’ als mogelijk worden aangeboden. Stof en kaf in de schuur, dood in de stal, tranen in een verhaal… zijn een wezenlijk onderdeel van het geheel! De onmiddellijkheid maakt het mogelijk dat er een sfeer van authenticiteit – heimelijkheid – wordt gecreëerd, waarin de ene bezoeker zich thuis voelt, de ander waarschijnlijk niet. Hij houdt er misschien een ongemakkelijk gevoel aan over. Dit is een uitdaging die moet aangegaan worden. Hof ter Walle is geen Disneyland. De polder is geen tropisch eiland. De winter is er hard. Het verhaal wordt verteld dicht bij de stoof, maar is daarom des te indringender. Het doet je nadenken over waar we vandaan komen… en daar gaat het om.”
Twaalf jaar geleden formuleerde ik deze droom. Twaalf jaar geleden, toen een
ingestorte schuur en een verlaten erf plots beschermd waren bij ministerieel decreet. De feniks zou geen feniks zijn, mocht hij niet uit zijn as kunnen
oprijzen. Het is vreemd en wondermooi om te zien dat het leven je kansen geeft. Het is nooit te laat. Ik verheug me al op de dag dat de boerenzwaluwen de stallen weer zullen invliegen. Ook zij keren terug. (Heimweeën, laatste bladzijde)







