*Ten oorlog! Achtergronden bij de hybride oorlogen van deze tijd.
Het begon al niet bij Poetin en het zal wellicht ook niet eindigen met Oekraïne. Ze zijn ‘hybride’ omdat het oorlogen zijn die niet eenduidig zijn te herleiden. Deze oorlogen breken niet uit. Zij zijn er lang voor er één schot is gelost. Ze ontstaan uit een kluwen van sentimenten, ideeën, oorzaken en opportuniteiten en zijn nooit de schuld van één man, van één partij, van één kant. Eenmaal de oorlogslogica zich heeft genesteld in harten, vuisten en koppen, zijn deze oorlogen nog maar moeilijk te stoppen. We beëindigen deze oorlogen niet door louter te beschuldigen. Laat ons beginnen met hun voedingsbodem om te spitten.
Ik begon Slavistiek en Oost-Europakunde te studeren op het moment dat de Sovjetunie op zijn laatste benen liep eind jaren tachtig van vorige eeuw. Dat werd toen nog door weinigen begrepen, maar ik voerde koerierdiensten uit voor de Russische ondergrondse oppositie en kreeg op die manier een uniek beeld van het echte Rusland. Nadat in 2000 Vladimir Poetin aan de macht was gekomen, achtte ik de tijd rijp voor een doctoraat over het Russische Messianisme, want achter deze door de geheime dienst KGB opgeleide man zag ik de schaduw groeien van een nieuw Rusland, niet een Westers en liberaal Rusland, dat zijn grondstoffen goedkoop zou delen met de wereld, maar een gekwetst imperiaal Rusland, dat zijn stomp geworden klauwen aan het scherpen was. De Universiteit van Gent zag hier het nut niet van in. Ik schreef dan maar deze samenvatting en ging ’s morgens terug naar de bibliotheekbalie, waar ik beduimelde romannetjes en strips aanpakte en terugzette op het rek.

Poetin en het Russisch Messianisme
‘Wat is werkelijkheid? Werkelijkheid is dat wat niet verdwijnt, zelfs als je er niet meer in gelooft.’
Dit artikel werd geschreven in de herfst van 2000 en geactualiseerd voor TeKoS in 2022.
IJshuis
We zijn in het jaar 2000. Rusland is in chaos. Het land heeft de oorlog in Tsjetsjenië, één van haar deelrepublieken, verloren. Tsjetsjenië verklaart zich daarop eenzijdig onafhankelijk. De verbrokkeling van de Sovjet-Unie en de uitverkoop aan het Westen zijn blijkbaar niet te stoppen: Litouwen, Letland, Estland, Georgië, Armenië, Azerbajdzjan, Moldavië, Wit-Rusland, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oezbekistan en het meest pijnlijke voor de Russen, Oekraïne, hebben de Unie verlaten. De modale Rus heeft andere problemen. Op onze televisieschermen worden beelden getoond van het zogenaamde ‘ijshuis’, een woonblok in Siberië dat van binnen en van buiten helemaal met ijs is bedekt, omdat de verwarming niet meer werkt, de waterleidingen gesprongen zijn en er niemand is om het probleem op te lossen.
Eén man dient zich aan: Vladimir Poetin. Zijn bijnaam is ‘de fikser’. Poetin start een nieuwe oorlog tegen Tsjetsjenië en bombardeert daar alles plat. De Tsjetsjenen kunnen alleen maar sterven of zich overgeven. Poetin installeert een stro(ng)man en keert terug naar Moskou om president te worden. Zeven maanden daarvoor een illustere onbekende, door Jeltsin naar voren geschoven als premier en nu verkozen als president van de Russische Federatie, het grootste land van deze aardbol. Op 31 december 2000, op de dag dat hij de macht overneemt van Boris Jeltsin, ondertekent Vladimir Poetin twee decreten. De eerste is welbekend: Jeltsin en familie zullen nooit worden verontrust. De man en zijn entourage waren nooit vies geweest van schaamteloze corruptie en verrijking. Dezelfde dag ondertekent de man een tweede decreet die +15-jarigen tijdens de schooluren een militaire opleiding oplegt.
De aanleiding van deze invasie – dat weten we nu – blijkt opgezet spel te zijn van de Russische geheime dienst FSB, de opvolger van de KGB, het nest waar Poetin is opgegroeid en waar hij alle kneepjes heeft geleerd. In de zomer van 1999 verklaarden enkele dorpen in het naburige Dagestan zich onafhankelijk. De Dagestaanse stammen zijn verwant aan de Tsjetsjenen. Onmiddellijk daarop deden enkele bomaanslagen Moskou op haar grondvesten beven. Honderden gewone Russen vonden daarbij de dood1. Poetin verpletterde de tegenstand in de Kaukasus en werd de redder van Rusland. Deze oorlog, de komst van Poetin, de militarisering en alles wat er volgde en nog zal volgen werd echter al lang daarvoor aangekondigd in het grote boek van de geschiedenis van Rusland.
Expansie
Eén van de constanten van Rusland is haar expansie. De centrale as van Rusland is sinds mensenheugenis de noord-zuid-as van de grote rivieren de Lena, de Wolga en de Dnjepr. De Lena mondt in het noorden uit in de Baltische Zee. De Wolga in het oosten in de Kaspische Zee, de Dnjepr in het zuiden in de Zwarte Zee. Deze handelswegen hebben Rusland vormgegeven tijdens de eerste eeuwen van haar bestaan, ruwweg tussen 700 en 1200. En zij hadden alle Constantinopel, de Middellandse Zee, kortom het Oost-Romeinse keizerrijk als eindbestemming. Maar deze handelswegen, met hun rijke karavanen, nederzettingen en steden, lokten ook andere volkeren aan: nomadenvolkeren uit het oosten en Noormannen uit het noorden. De eerste kronieken vermelden dat deze laatsten door de niet in een groter verband verenigde Russische stammen werden ingehuurd om hen te verdedigen tegen de Aziatische nomadenvolkeren. Twee woorden om hen te beschrijven zijn er overgeleverd: ‘Varjagi’ en ‘Rus’. Het woord ‘Rus’ stamt wellicht van het oud-Zweeds en betekent zoveel als ‘roeiers’. ‘Varjagen/Warjagen is ontleend aan Russisch Varjagi en dat is net als Grieks Varangoi ontleend aan een voorloper van Oudnoords væringjar, enkelvoud væringi. En dat woord gaat zelf samen met Oudengels wǽrgenga en verlatijnst Frankisch wargengus terug op Oudgermaans *wēra-gangijō, met een betekenis als ‘gelofteganger’. Die gelofte was wel één van trouw aan een vorst in ruil voor bescherming.’2 Deze Noormannen vormden dus een soort paleiswacht. Wellicht heeft deze strijdersklasse zich vermengd met de plaatselijke elites en zo langs de rivieren over de oorspronkelijke onafhankelijke stammen heen een handelsrijk gesticht.
Er gaan eeuwen voorbij: het rijk bloeit. Er zijn twee polen: Novgorod in het noorden en Kiev in het zuiden. Ook de nomadenvolkeren hergroeperen zich en in 1245 veroveren ze dit eerste Russische Rijk, of eerder: de verschillende rijkjes en stadsstaatjes waarin het was uiteengevallen. Rusland zuchtte 250 jaar onder het Mongoolse juk. Juk is het juiste woord. Het is rechtstreeks uit het Mongools in onze talen overgenomen.
In 1462 begint een heerser van een klein vorstendommetje op een sluwe manier de oude Russische landen te herenigen, het is de Grootvorst van Moskou. Hij noemt zich Tsaar (Russisch voor ‘keizer’), Tsaar Ivan de Derde. Hij wint enkele veldslagen met de Mongolen. Hij trouwt de Byzantijnse prinses Sophia Paleologa en de dubbele adelaar wordt opgenomen in het Russische Staatswapen ((1472).
De expansie ten koste van de Mongolen gaat verder. In 1640 bereikt de Kozak Ivan Moskvitianin de Stille Oceaan, 4800 km verwijderd van de hoofdstad. In 1694 komt Peter de Grote aan de macht. Hij heeft grote plannen: Rusland moderniseren. Niet om het te moderniseren, maar om op te kunnen tornen tegen de grote West-Europese machten. Hij gaat zelf naar Nederland en Vlaanderen en leert daar alles: van timmeren tot scheepsbouw. Talrijke Russische woorden stammen uit het Nederlands: matroos, bakboord, stuurboord, mast, zelfs het woord bakkebaard en zwabber werden overgenomen. Peter De Grote is intelligent. Hij ziet in dat hij met de oostelijke veroveringen niet veel kan doen: te koud, te onherbergzaam. Rusland is groot, maar niet erg machtig. Het heeft een groot probleem: het bestaat uit een landmassa, zonder ijsvrije havens. In het Westen leert Peter hoe hij het Westen kan overwinnen.
Vrijheid?
In de volgende eeuwen rukt Rusland succesvol op naar de Zwarte Zee en de Baltische Zee. De tsaren zijn oppermachtig. In 1815 staan de Russische troepen zelfs in Parijs, samen met de andere mogendheden van de alliantie tegen Napoleon. Napoleon is verslagen, maar de Russische officieren proeven volop van het Westen en de vrijheidsideeën. In Rusland bestaat nog steeds lijfeigenschap. Zij introduceren deze ideeën in de heimat.
Rusland wordt tussen haar twee zielen geworpen. Enerzijds wil het land bij de grote mogendheden gerekend worden, bij de club van de beschaafde landen. Peter de Grote was daarmee begonnen: hij ordonneerde bij wet dat alle baarden moesten worden afgeschoren. En aan het hof werd sindsdien Frans of Duits gesproken. Anderzijds blijft Rusland nog steeds een post-Mongools rijk. Dit wreekt zich: de vrijheidskreten worden sterker, de repressie ook, maar de tsaren worden zwakker. Ze willen namelijk het beschaafde gezicht van hun land zijn. Dat moet je letterlijk nemen: de façade wordt dikker met patjomkindorpen, afschaffing van lijfeigenschap zonder verdere sociale maatregelen, en andere halve of inefficiënte maatregelen.
Resultaat: Wanneer in 1917 Rusland de ene nederlaag na de andere aan het oostfront met Duitsland opliep en de tsaar besluiteloos leek – in het Kremlin liep er zelfs een gekke monnik rond, wiens fratsen de tsarina en weldra de helft van het hof blindelings opvolgde. Het regime viel als een kaartenhuisje in elkaar. Een grondwettelijk hof werd ingesteld, er werden verkiezingen gehouden. De sociaaldemocraten kwamen aan de macht. Een nieuwe tijd brak aan.
Er brak evenwel geen nieuwe tijd aan: de oude werd gewoon afgebroken. De communisten grepen de macht en vestigden een dictatuur.
Messianisme
Het communisme is een messianistisch geloof in de realisatie van een wereld waarin iedereen gelijk is. Alle machthebbers in de recente geschiedenis van Rusland komen uit een systeem dat dit geloof in het vaandel had geschreven. Het communisme is evenwel een bijzonder geloof. Terwijl in het christendom het heil pas na een leven op deze aarde kan bereikt worden, mobiliseert het communisme zich uitdrukkelijk rond de realisatie van de heilstaat op aarde via een historisch proces, het historisch materialisme. Na het kapitalistische tijdperk, een tijd van uitbuiting, zal het ochtendgloren rood kleuren en iedereen zonder onderscheid van het hemels manna kunnen genieten. Dat is de theorie. Wij weten wel beter. Toch heeft dit geloof zich kunnen enten op onze wereld. China en Cuba zijn nog steeds communistische staten.
Maar hoe ging dat in z’n werk in de Sovjet-Unie? Want er is een maar. Sinds de Oktoberrevolutie van 1917 was de Russische variant van het communisme binnen de wereldwijde communistische beweging problematisch. De Oktoberrevolutie werd gevoerd door mensen die geloofden in de historische noodwendigheid van deze revolutie. Zoals we reeds zegden geloofde men dat het communisme was voorbeschikt om het kapitalisme te vervangen en zich over heel de wereld te verspreiden. Deze revolutie zou dus heel vlug internationaal worden. De eerste bolsjewieken waren internationalisten.
Toch werd Lenins vroege internationalisme in 1924 teruggeschroefd ten voordele van een tactische erkenning van het ‘socialisme in één land’. Lenin verklaarde evenwel steeds opnieuw dat ‘de uiteindelijke overwinning van het socialisme in één enkel land onmogelijk is’. Dat is de basis voor het expansionisme van communistisch Rusland. Het communisme groef zich in in Rusland en vormde een Staat.
Een deel van de communistische beweging vreesde dat de wereldrevolutie uit hun handen was geglipt, doordat hun vooruitgangsgeloof, het communisme, gehypothekeerd was door dit ‘achterlijke land’. De nieuwe machthebbers in Moskou wachtten hun kans echter niet af en zagen Rusland als ‘historisch materiaal’ voor de nieuwe communistische maatschappij (deze terminologie gebruikte men werkelijk). Al vroeg drong zich echter de historische realiteit op. Als gevolg van de mislukkingen internationaal (de wereldrevolutie kwam er niet) en intern (de burgeroorlog tegen de witten en de militaire expedities van westerse mogendheden) ontwikkelde de Russische Communistische Partij een latente antiwesterse gezindheid, die het haar volgelingen mogelijk maakte hun communistisch messianisme te doen versmelten met een ouder Russisch messianisme.
Dit Russisch messianisme stamt al van 1472. Het Byzantijnse Keizerrijk was gevallen onder druk van de Arabische volkeren, en het huwelijk van tsaar Ivan de Derde met de nicht van de laatste Byzantijnse Keizer gaf Moskou een legitiem recht op het Byzantijnse erfgoed. Moskou werd het Derde Rome, de zetel van het ware christendom op aarde. De Tsaar werd de legitieme heerser en de beschermer van de orthodoxie, letterlijk de enige ware godsdienst.
Deze theorie kreeg steeds meer aanzien. In de 19de eeuw werd het nog verfijnd in het debat tussen Slavofielen en Zapadniki (Westersgezinde intellectuelen). De Zapadniki meenden dat enkel het Westen Rusland uit haar lethargie zou kunnen wekken. De opinie dat Rusland een achterstand had in te lopen is één van de redenen waarom de Oktoberrevolutie zo radicaal een breuk betekende met het verleden. Misschien geldt dit ook voor de steile neergang van het communisme tussen 1986 en 1991. Veranderingen in Rusland zijn blijkbaar steeds radicaal. Zie daarvoor ook de periode van Peter de Grote.
De Slavofielen meenden dat de natie via een eigen ontwikkelingsgang vooruitgang kon boeken, dat Rusland ‘een eigen manier van zijn’ had (samobytnost’), verschillend van het Westen, maar niet minder heilzaam. Sommige Slavofielen bekeken het Westen niet alleen als verschillend in ontwikkeling, maar ook als decadent. De Slavofiel Danilevski meende dat Europa’s macht en beschaving in verval was. Rusland was een jonge natie met een grootse toekomst. Rusland was een historische natie, voorbestemd te heersen over andere naties die ‘etnografisch materiaal’ zouden zijn voor Rusland. Om dit te bereiken was Rusland alleen niet sterk genoeg, er was een Panslavische Unie nodig onder Russisch leiderschap. De Russische Autocratie was volgens Danilevski als regeringsvorm superieur aan het Westerse parlementarisme.
‘Autocratie’ betekent dat de tsaar de incarnatie is van de Staat en de Kerk. Er zijn geen burgers, maar onderdanen, van de laagste klassen tot de hoogste. De adel was een dienstadel en viel of overleefde door de genade van de Vorst. De belangrijke filosoof Bjerdjajev3 meent zelfs dat de idee van de Autocratie typisch Russisch is. Slavofielen waren niet tegen de idee van Vrijheid. Nee de Slavofiele vrijheidsidee was zelfs heel anarchistisch. De Rus wil z’n vrijheid niet gebruiken om wereldse macht te bereiken, zoals in het Westers liberalisme. Volgens de Slavofielen zagen de Russen het kwaad in iedere macht. Volgens hen was de Russische autocratie in wezen ontstaan uit dit anarchistisch vrijheidsbegrip: “Het is beter dat één mens door deze macht besmeurd is dan dat dit met een geheel volk het geval zou zijn. De macht is geen recht, maar een drukkende last. Niemand heeft het recht om te heersen, maar er is één mens die verplicht is de zware last van de macht te dragen. Het volk heeft enkel geestesvrijheid, zielevrijheid, vrijheid van geweten en vrijheid van het woord nodig.” Tot daar Bjerdjajev. Ik zou dit uitgebreid willen becommentariëren, want naar mijn mening heft deze idee heel wat sluiers op voor een goed verstaan van de volgzaamheid van de Russische bevolking, maar dit past niet binnen het bestek van dit artikel. (In mijn licentiaatsthesis over de twintigste-eeuwse filosoof-schrijver Valentin Raspoetin, kan men alvast een samenvatting van deze ideeën en de doorwerking ervan in het Rusland van de jaren ‘60 tot nu vinden.)4
Terug naar de 19de-eeuwse Slavofielen. Danilevski omschrijft het Russisch messianisme als volgt: het Russische Rijk heeft een groot cultureel en economisch potentieel. En in tegenstelling tot de Westerse machten, heeft Rusland geen overzeese kolonies gecreëerd, maar naties geabsorbeerd in een territoriaal uniforme staat. De joden creëerden de monotheïstische godsdienst, de Grieken brachten de wereld filosofie en kunst bij, Rome boude de imperiumidee uit en West-Europa realiseerde een doorbraak in technologie, economische welvaart en de politieke economie. Alleen Rusland en de panslavische civilisatie zouden deze vier elementen in een nieuwe thesis kunnen combineren.
Nationaal-Bolsjewisme
Het Russisch messianisme vond dus een voedingsbodem in communistisch Rusland. Voor vele niet-marxistische Russen in die tijd waren de bolsjewieken een soort van cement voor een nieuwe machtige Russische Staat. Onder deze sympathisanten bevonden zich talrijke specialisten die de grote industriële ondernemingen leidden, de zogenaamde ‘Spetsi’ en zelfs de toenmalige Volkscommissaris voor Opvoeding, Loenatsjarski5.
Deze tendens werd nationaal-bolsjewisme genoemd. Het is de Russische etatistische ideologie die het Sovjetpolitiek systeem legitimeert vanuit Russisch gezichtspunt en tegengesteld is aan haar uitsluitend marxistische legitimatie. Het is een extreem-nationalistisch machtsdenken. Nationaal-Bolsjewisme verwerpt de communistische ideologie niet, maar streeft er naar haar belang te minimaliseren tot een niveau, noodzakelijk voor legitimatie. Toch zijn haar doelstellingen verschillend van die van de communistische ideologie. Nationaal-Bolsjewisme in haar oorspronkelijke vorm streeft naar werelddominantie, opgevat als het universele Russische Imperium, gefundeerd op de communistische ideologie. Het is niet uitgesloten dat in sommige omstandigheden het nationaal-bolsjewisme zichzelf beperkt tot het ‘Staats’-concept van een Russische Supermacht. Dit is de definitie die Anatoli Agoerski6, de specialist ter zake, ervan heeft gegeven in 1980.
Welke rol heeft dit Nationaal-Bolsjewisme gespeeld in de verdere geschiedenis van deze regio? Het betekende steeds een versterking van het regime. Naar mijn mening heeft het communisme nooit echt vaste voet aan de grond gekregen in Rusland. Het regime was een ivoren toren in de immense Russische vlakte en haar vertegenwoordigers dienden op gezette tijden, wanneer het moeilijk ging, af te dalen naar deze vlakten om via een nationaal-bolsjewistisch argumentarium appel te doen op de vitale krachten van het Russische volk.
Lenin en Trotski gebruikten deze tendens van tijd tot tijd, maar bleven een internationaal marxisme trouw. Na de dood van Lenin, ging Stalin resoluut de nationaal-bolsjewistische toer op. De russificatie van de niet-Russische nationaliteiten was zijn initiatief, terwijl Lenin het adagio ‘nationaal naar de vorm, socialistisch naar de inhoud’ voorstond. In de Tweede Wereldoorlog gebruikte Stalin deze onderstroom volop. De films van Eisenstein (‘De kruiser Patjomkin’, ‘Aleksandr Njevski’) zijn hiervan een goed voorbeeld. Stalin noemde zijn politiek evenwel ‘Sovjet-Patriottisme’. Na de oorlog zette hij campagnes op tegen, zoals hij dat noemde, ‘het ontwortelde kosmopolitisme’, ‘het bourgeois objectivisme’ en ‘het witwassen van het Amerikaans imperialisme’. Leden van het Joodse Anti-Fascistische Comité werden geëxecuteerd. Zij waren niet de enigen. Wanneer Stalin niet al in 1953 gestorven was, zouden er nu misschien geen Russen meer zijn.
Gapende hoogten
Onder Chroestsjov beleefde de Sovjet-Unie een periode van relatieve ‘dooi’. Chroesjtsjov maakte het de intellectuelen mogelijk vrijer te schrijven, want zij moesten de nieuwe leider in het Kremlin ruggensteun bieden in zijn destaliniseringscampagne. Chroesjtsjov was echter een internationalistisch communist. Tegen het jaar 1980 zou het Westen voorbijgestoken en het communisme verwezenlijkt zijn. Merk op, eerst in de Sovjet-Unie! Dit werd bekrachtigd op een Partijcongres en werd dus wet. De aspiraties waren niet nationaal-bolsjewistisch, want al wat dit proces nog belemmerde was voorbijgestreefd en kon dus best vernietigd worden, zoals de Russisch-Orthodoxe kerken, de eigenheden van de nationale culturen van de verschillende volkeren binnen de Sovjet-Unie en de aspiraties van de volkeren in de ingelijfde satellietstaten in Oost-Europa.
De complottheoriën van Stalin en de vermenging van Russisch en Sovjet-messianisme hadden echter hun werk gedaan. Voor neostalinisten, patriotten, oud-strijders, orthodoxe communisten en communistische orthodoxen was alles wat uit het Westen kwam des duivels. Voor dezen waren de ‘intellectuelen’ van de dooi, met voorop Solzjenitsyn, slechts windhanen die met de wind meedraaiden. De complottheorie van de samenzwering tussen Joden en Vrijmetselaars was bon ton in deze kringen. Zij grepen zelfs terug naar de ‘Protocollen van de Wijzen van Zion’ om hun paranoia te staven. Deze Protocollen pretendeerden de opgetekende woorden van de Hoofden van de Joodse wereldsamenzwering te zijn. Voor hun doel, de vernietiging van de bestaande staten en de totstandkoming van een Joods Wereldimperium zouden zij geen enkel middel schuwen. Zelfs Hitler zou in deze these een ‘Wijze van Zion’ zijn. Het is echter herhaaldelijk bewezen dat deze protocollen een vervalsing zijn, gebaseerd op fictie van Hermann Goedsche, namelijk het werk ‘Biarritz’, verschenen tussen 1868 en 1870 in Berlijn. Eén van de opposanten van de destalinisatie was Fetisov7. Hij verklaarde dat de Joden verantwoordelijk waren voor de chaos in de beschaving en dat de totalitaire regimes van Stalin en Hitler ‘de historisch onvermijdbare’ en wenselijke middelen waren voor de ‘gezonde’ bevolking van Rusland en Europa om de orde te herstellen.
Ondertussen waren we het tijdperk van Brezjnev binnengestapt. Deze periode wordt gewoonlijk het tijdperk van de ‘stagnatie’ genoemd. In feite was het een tijd van crisis op alle gebied. De economie draaide vierkant. Onder de bevolking ging in deze tijd volgend gevleugeld gezegde de ronde: ‘Zij doen alsof ze ons belonen? Wel, wij doen alsof we werken!’ Ook ideologisch had Brezjnev niets te bieden. Een verzwakte vorm van stalinisme kenmerkte deze periode. Honderdduizenden belandden in de werkkampen in het noorden van Rusland en in Siberië, soms willekeurig veroordeeld om futiliteiten, enkel om de verliezen te compenseren, want velen stierven van ontbering op deze barre plaatsen. Rusland heeft namelijk een fabelachtige hoeveelheid bodemschatten. Er is echter één probleem: de barre omstandigheden op die vindplaatsen en het gebrekkig Sovjetmaterieel! Het doel moest bereikt worden: Tegen 1980 wilde men het Westen ingehaald hebben. Ook de wapenwedloop met het Westen kende ongehoorde afmetingen.
Maar deze inspanningen waren natuurlijk boter aan de galg. De bekende dissident en filosoof Alexandr Zinovjev8 gaf niet voor niets zijn eerste kritische werk de titel ‘Gapende Hoogten’ mee.
Antizionisme was een gemakkelijke uitlaatklep voor de frustraties en het pessimisme die de mislukkingen met zich meebrachten. Van officiële zijde werden talrijke antizionistische werken gepubliceerd. ‘Judaïsme zonder franjes’ van Kitsjko werd geïllustreerd met cartoons uit ‘Der Stürmer’, een Duits nationaalsocialistisch blad uit de tweede wereldoorlog. De schrijver Pikoel haalde zelfs oplagen van drie miljoen exemplaren.
De periode van Brezjnev wordt ook gekenmerkt door de groei van de dissidente beweging (rond thema’s als mensenrechten, democratie, geloof, …). De Sovjetstaat vond hier geen passend antwoord op, behalve repressie. Wel vonden neostalinisten en ultranationalisten elkaar hier in een gemeenschappelijke strijd tegen de decadente Westerse invloeden die, volgens hen, verspreid werden door sommige dissidenten. Er wordt beweerd dat Brezjnev’s belangrijkste partij-ideoloog Michael Soeslov9 deze tendens in de hand heeft gewerkt. De periodieken ‘Molodaja Gvardija’ (Jonge Wacht) en het blad van de Russische Schrijversunie Nasj Sovremennik (Onze Tijdgenoot) namen deze lijn over. In ‘81 schrijft Vadim Kozjinov10 over de 600ste verjaardag van de Slag van Kulikovo (de eerste overwinning van de Russen op de Tataren in 1380) als een triomf van de Russische Staat over de duistere krachten van de ‘agressieve kosmopolitische armada’.
Een ander merkwaardig figuur uit het Brezjnev-tijdperk is Gennadij Sjimanov. Sjimanov pleitte voor de samenwerking tussen Partij en orthodox nationalisme. Hij bekritiseerde de mensenrechtenbeweging als aloyaal aan de staat. Hij werd echter naar de kampen gestuurd, maar overleefde die. Sjimanov was een bijzondere persoonlijkheid. Hij leefde zeer ascetisch en gedisciplineerd en was daardoor bijna immuun voor externe druk. Hij meende dat het communistisch utopia onherstelbaar ingestort was, maar dat Rusland nog steeds tegenover gevaarlijke en onverbiddelijke vijanden stond, terwijl het een enorme morele crisis kende. Het Westen kon geen model voor heropstanding bieden. West-Europa was zwak. Engeland en de Verenigde Staten zonken weg in een ‘liberaal slijk’ en in een kruideniersmentaliteit, gecontroleerd door sinistere zionistische belangen. Paradoxaal genoeg is het de Bolsjewistische Partij geweest, die ondanks haar fouten, Rusland heeft behoed voor de verderfelijke invloed van verwestersing en commercialisering. Maar volgens hem hing de Russische beschaving niet af van de uit de mode zijnde doctrines van het marxisme-leninisme. Sjimonov baseerde zich op de Orthodoxie, de hoogste vorm van Christendom, dat zou moeten verrijzen om de wereld te redden. De verschrikkelijke lijdensweg van de Sovjetperiode, de burgeroorlog, de collectivisatie, de Zuiveringen in de jaren ‘30, de Tweede Wereldoorlog en het stalinisme, zijn naar zijn mening weldegelijk positief geweest voor het Russische volk, daar deze ervaringen de spiritualiteit van de natie hebben gesterkt en haar veerkracht aantonen. Volgens de gerenommeerde Kremlin-watcher Yanov overbrugde Sjimanov de kloof tussen het Russische nationalisme en de massa.
De erfenis
Tot nu toe hebben we gesproken over relatief alleenstaande gevallen binnen en buiten de partij. Relatief, omdat wie in een éénpartijstaat een stem krijgt of neemt, toch wat betekent. In de jaren ‘80 worden deze ideeën overgenomen door brede maatschappelijke stromingen: Pamjat’, Otjetsjestvo, Spasjenie. (Ronkende namen: ‘Herinnering, Vaderland en Redding’.) In april 1987 hadden ze de controle over de panrussische Beweging voor het Behoud van Historische en Culturele Monumenten (Voopik), een miljoenenbeweging. In 1988 vormde Pamjat’ zich om tot het Patriottisch Front, waarbij het een tegenmacht wilde zijn tegen de Volksfronten van onder meer Litouwen. Menig demonstratie van Baltische nationalisten werd door de knokploegen van Pamjat’ uiteen geranseld. Walter Laqueur schrijft hierover dat, wanneer berichten over Pamjat’ de westerse pers alarmeerden, er bij alle officiële Sovjetautoriteiten een grote terughoudendheid te bespeuren viel om Pamjat’ direct aan te pakken. Daarvoor werden verschillende argumenten aangevoerd. Ten eerste zou uitgebreide publiciteit alleen maar extra aandacht op een randfenomeen vestigen. Ten tweede werd Pamjat’ tot de orde geroepen omdat haar activiteiten een slechte indruk op het buitenland maakten, en niet omdat dezen op zichzelf slecht waren.
Met andere woorden een beweging die duidelijk antisemitische, orthodox-religieuze en Groot-Russische ideeën verkondigde en blijkbaar ook succes had, werd klaarblijkelijk geduld door een staat die een ideologie verkondigde die deze ideeën verwerpt! De Sovjetstaat was in die periode volledig vermolmd en had krachten gekoesterd die nu overal de kop opstaken.
Aan het roer verschijnt daarom niet voor niets een personage als Gorbatsjov, de man van de Perestrojka, de Glasnost, maar ook de man van het einde van het regime. De Partij was immers niet blind voor de uitzichtloze situatie. Na de dood van Brezjnev kwam Andropov aan de macht. Andropov was het hoofd van de KGB. De geheime dienst, de KGB, had één grote kwaliteit. Zij kende de ware toestand van het land en had over iedereen dossiers. Andropov ging er met de vuile voeten door en lanceerde een anticorruptie-campagne. Zijn dood doorkruiste echter de plannen van de KGB. Diens opvolger Tsjernenko vertegenwoordigde de corrupte Brezjnev-clan. Zijn gezondheid was er echter niet veel beter aan toe. Als om de sclerose van het systeem nog eens dik in de verf te zetten, viel ook deze grijsaard al vrij vroeg van zijn stokje.
Andropov was echter niet dom geweest en had z’n mannetjes op de juiste posities gemanoeuvreerd. Zijn kroonprins Gorbatsjov viel de hoofdprijs te beurt en mocht zijn kans wagen de Sovjet-Unie uit het moeras te trekken. Hij lanceerde de Perestrojka (letterlijk ‘hervorming’ of ‘wederopbouw’) en Glasnost (letterlijk ‘doorzichtigheid’ of ‘transparantie’). De bedoeling was niet de samenleving te democratiseren naar Westers model. De bedoeling was het immobilisme te depanneren. In zijn in 1999 uitgekomen boek zegt Gorbatsjov dit met zoveel woorden. Naar zijn zeggen was de aanzet tot het Nieuwe Denken een ‘objectieve, zelfs meedogenloze’ analyse van het traditionele, ideologisch-dualistische buitenlands beleid van de Sovjet-Unie. Een tweede prikkel ging uit van de nuchtere ontleding van de internationale machtsverhoudingen. Een derde moment was de analyse van de economische en technologische veranderingen sinds de Tweede Wereldoorlog: het besef dat de Sovjet-Unie op een aantal cruciale terreinen – de cybernetica en de genetica bijvoorbeeld – voorgoed de boot gemist had. En dat het land uiteindelijk economisch kapotging aan zijn defensiebudget dat 30% van het BNP opslorpte (vijf tot zes maal meer dan in Westerse landen).
De operatie liep uit de hand. De Partij had geen rekening gehouden met de sterke krachten in de periferie. Litouwen, Letland, Estland, Georgië, Armenië en Azerbadzjan roerden zich en dit lokte op zich weer reacties uit van de nationaal-bolsjewistische krachten in de Partij en daarbuiten. Niet zozeer de spontane opkomst van democratische bewegingen, de njeformali, betekende het einde van het regime, maar de onbeslistheid van zijn leiders. Het besef van de ware situatie werd nog steeds verdoezeld door het geloof in het historische gelijk van de Communistische Partij. Gorbatsjov bleef ook na zijn val en na het einde van de Sovjetunie in deze illusie geloven: Lenin had gelijk, maar zijn erfenis werd gecorrumpeerd door zijn navolgers. Aan Gorbatsjov is als het ware zeventig jaren ‘waar gelaat van het communisme’ voorbijgegaan. Hij zag niet welk vreemd conglomeraat van machtswellustelingen en samenzweringsadepten er rondliep onder het mom van marxisme-leninisme en hij zag niet hoe een door jarenlange onderdrukking murw geslagen massa slechts één geloof beleed: ‘brood, eindelijk!’ Aan ideeën had men een broertje dood. Het volk had geen boodschap aan historisch materialisme, wel aan een onmiddellijk zichtbaar materialisme. Gorbatsjov meende dat de heilstaat vooralsnog kon gerealiseerd worden. Maar de Russen hadden dit liedje al 70 jaar moeten aanhoren.
Andere krachten namen het over toen dit voor iedereen, behalve voor Gorbatsjov, duidelijk werd. Eind jaren ‘80 van vorige eeuw viel de Muur en stortte het Oostblok in elkaar. Ook de Sovjet-Unie dreigde uiteen te vallen. De krachten van het oude regime verzamelden zich in 1991. Gorbatsjov liet hen betijen. Het regime onderdrukte enkele betogingen in Vilnius en pleegde in augustus een staatsgreep met de idee dat Gorbatsjov deze wel zou steunen: hij was toch voor het behoud van de Unie, niet? Gorbatsjov deed dit niet, want hij was een man met een roeping. Hij geloofde heilig en verkocht wat dure woorden over vrijheid en dergelijke meer. De coupplegers waren verbijsterd, maar beseften dat hun uur geslagen was: niemand pleegt straffeloos een coup tegen zichzelf. De nieuwe sterke man, Jeltsin, had het wel begrepen. Hij was geen idealist, maar een realpolitieker, een opportunist zelfs. Ook hij was een product van het regime. Terwijl Gorbatsjov een hooggekwalificeerde landbouwhervormer was, die door zijn resultaten aan de top was gekomen en geloofde in zijn werk, was Jeltsin een stier die zich door muren heen werkte. Door zijn kritiek werd hij reeds in 1988 op een zijspoor gezet. Hij maakte daar echter gebruik van om in het machtsvacuüm, dat hij heel goed had doorzien, zijn eigen gewicht te smijten. Hij stichtte zijn eigen Russische Communistische Partij en werd tot President van Rusland gekozen. Toen voor hem bij de coup van augustus de besluiteloosheid van Gorbatsjov en de stuntelige voorbereiding van de staatsgreep duidelijk werd, greep hij z’n kans en nam wraak op de Partij die hem had weggewerkt: hij stelde zich aan het hoofd van het volksprotest, verbood de Partij en kleineerde Gorbatsjov in het openbaar. Jeltsin was tevreden: op zijn beurt was Gorbatsjov op een zijspoor gemanoeuvreerd.
De man met het plan was weg. Er was geen plan meer. De man zonder plan, maar met de fles, kwam in de plaats. We hebben gezien waar dit toe leidde: de man bleef zonder plan, maar hij was een echte Rus: onder invloed van de fles maaide hij om zich heen, om ‘de verwezenlijkingen van het nieuwe Rusland te consolideren’, zoals hij zich bij zijn ontslag rechtvaardigde. Vertaald klinken deze woorden echter zo: de miljardenstroom van het Westen consolideren. Het Westen dat wel wist aan welk varken het dit geld had gegeven, maar de gevaarlijke speeltjes vreesde die de man beheerste, hety tweede grootste kernarsenaal ter wereld. De miljarden die het Westen besteedde en die in feite in de zakken van de paladijnen van het regime verdwenen, waren echter een gemakkelijk offer: de Russische markt lag open en bloot te lonken en werd met plezier ontelbare malen verkracht.
De tolerantiegraad van de modale Rus is zeer hoog. Een Russische vrouw zei bij het verlaten van het stemhokje in 2000: “Ik heb voor Poetin gekozen. We zullen wel een deel van onze vrijheid moeten inboeten, maar dat is nodig voor het land.” Een Rus kan veel verdragen, maar raak niet aan de algemene belangen van zijn land. De Russen houden van sterke leiders, zelfs als ze de zweep gebruiken. We hebben gezien welke richting Rusland op ging met Poetin. In het begin maakte hij als Peter de Grote pragmatisch gebruik van wat hij in het Westen had geleerd en gezien en bevrijdde hij de Rus uit zijn ijshuis. Vandaag toont hij het andere gezicht van Peter de Grote: dat van de onverbiddelijke heerser die de Russische messianistische droom ten allen prijze wil verwezenlijken. En zelfs als Poetin mislukt zal deze droom niet verdwijnen.
1 Tussen 4 en 17 september 1999 vinden een aantal bomaanslagen plaats op flatgebouwen in Moskou, alsook in Volgononsk en Boejnansk. In totaal vallen er 293 doden. Zie ook: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2017/04/03/rusland_een_geliefddoelwitvoorterroristen-1-2941587/
2https://taaldacht.nl/vragen-en-opmerkingen/comment-page-3/
3 Nikolaj Aleksandrovitsj Berdjajev (1874-1948) was een -in Kyiv geboren- Russische cultuur- en godsdienstfilosoof. Hij had marxistische wortels maar evolueerde naar een door christelijke waarden en inzichten gemotiveerd existentialisme, terwijl op sociaal vlak de invloed van Marx wel merkbaar bleef.
4Johan De Vriendt, Op zoek naar de verloren harmonie. Mens, natuur, gemeenschap & spiritualiteit bij Valentin Raspoetin (de ontwikkeling van de cultuurfilosofie in zijn literair werk), Licentiaatsverhandeling voorgelegd ter bekoming van de graad: licentiaat in de Slavische filologie, Rijksuniversiteit Gent, academiejaar 1991-1992
5 Anatoli Vasiljevitsj Loenatsjarski (1875-1933) was een Russisch auteur en politicus. Samen met Maksim Gorki en Alexander Bogdanov richtte hij de ‘Voorwaarts’-groep en de ‘Beweging van de Godbouwers’ op. Later trad hij toe tot het Centraal Comité van de Bolsjewistische Partij en werd na de Oktoberrevolutie Volkscommissaris van Onderwijs, Voorlichting en Wetenschappen.
6 Mikhail Samoei͏̈lowietsj Agoerski (1933-1991) was een joods-Russisch historicus en cyberneticus, die in 1980 het boek Ideologiia natsional-bol’shevizma uitgaf. Hij migreerde in 1975 naar Israël waar hij onderzoeker werd aan het Sovjet- en Oost-Europees Onderzoekscentrum van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem.
7 De zogenaamde ‘Fetisov-groep’ rond de econoom A. Fetisov en de architecten Antonov, Bykov en Smirnov bekritiseerde het toenmalige Sovjetsysteem vanuit een neostalinistische en chauvinistische invalshoek. De groep pleitte voor een terugkeer naar de patriarchale agrarische gemeenschap in Europees Rusland en stelde voor om alle zware industrie naar Siberië te verhuizen. Zij werden in maart of april 1968 gearresteerd wegens hun kritiek op het regime.
8 Alexander Zinovjev (1922-2006) was een nonconformistisch Russisch filosoof, die in de jaren ’50 en ’60 opgang maakte. In de tweede helft van de twintigste eeuw bekritiseerde hij het Sovjetsysteem, en nam later ook het nieuwe Russische systeem alsook de Westerse wereld en de globalisering in de tang. Zijn eerste grote dissidente werk, “Gapende Hoogten”, werd gepubliceerd in 1975-’76 en vormde een satire op het Sovjetsyseem en de Sovjetmaatschappij.
9 Michael Soeslov (1902-1982) was een econoom en een belangrijk politicus in de Sovjet-Unie, vooral in de jaren ’60 en ’70. Hij drukte een nadrukkelijke stempel op onder meer het economische beleid, de propaganda en de buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie in deze periode.
10 Vadim Valerianovitsj Kozjinov (1930-2001) was een Russisch schrijver en literatuurcriticus. Zijn vroege werk handelde voornamelijk over de negentiende-eeuwse Russische literatuur, poëzie en literatuurtheorie, terwijl zijn latere werken eerder historisch van aard zijn en zich toespitsen op het ontkrachten van een aantal pseudohistorische mythes over het Russische verleden.
